Staat beperkt verdiensten bij beursgang ABN AMRO

Begeleidende banken kunnen slechts een beperkt bedrag opstrijken bij transacties in aandelen ABN AMRO bij de beursgang van de genationaliseerde bank.

Dat maakte de stichting die de aandelen ABN namens de Staat beheert (NLFI) woensdag bekend.

De banken kunnen rond de beursgang geld verdienen aan de zogeheten overtoewijzing van aandelen, die is bedoeld om tot een redelijk stabiele prijsvorming te komen na de beursgang. Daarbij kunnen banken extra aandelen van het bedrijf dat ze naar de beurs brengen tegen de introductiekoers kopen, om op die manier te profiteren van een stijgende koers na de beursgang.

Het bedrag dat de banken zo opstrijken, is door NLFI beperkt tot maximaal 0,2 procent van de waarde van de betrokken aandelen. De rest van de winst moet worden teruggegeven aan NLFI of de Staat. Eerder werd de provisie voor de beursgang al vastgesteld op maximaal 4,5 miljoen euro voor alle begeleidende banken samen.

NLFI maakte woensdag ook de definitieve selectie van de banken voor de beursgang bekend. Eerder werden Deutsche Bank, Morgan Stanley en ABN AMRO zelf al aangewezen als wereldwijde coördinatoren. Zij krijgen gezelschap van ING, Rabobank, Barclays, Citigroup, JPMorgan, Merrill Lynch, RBC Europe en KBW.

De stichting herhaalde dat er geen tijdspad is voor de beursgang. Het moment waarop de aandelen worden verkocht hangt af van de marktomstandigheden, aldus NLFI. Een woordvoerder wilde desgevraagd niet ingaan op de eventuele gevolgen van de onrust die de markten de afgelopen dagen in zijn greep hield.

(ANP)