'Sustainability' is een merkwaardig fenomeen, althans in de sector waarin ik werkzaam ben. Toen het begrip ergens in de jaren negentig tot hype-achtige proporties uitgroeide, was er geen mens die hardop durfde te beweren dat de maatschappelijke noodzaak om een verantwoord beleggingsbeleid na te volgen van voorbijgaande aard zou zijn. Natuurlijk moest je geen geld stoppen in bedrijven met een dubieuze staat van dienst.

Duurzaam zakendoen leek zo de afgelopen jaren mainstream te worden – ook in de financiële sector. Naast de spelers die zich al geruime tijd als ‘groen’ hadden geafficheerd, waren het nu ook ‘gewone’ instellingen die hun duurzame fondsen gingen aanprijzen. Totdat het tv-programma Zembla in het voorjaar van 2007 de markt hardhandig wakker schudde met enkele spraakmakende voorbeelden. Zo bleek KWF Kankerbestrijding zonder het te weten een deel van zijn vermogen belegd te hebben in tabaksfabrikanten.

Ook andere organisaties voor goede doelen hadden hun donateursgelden ondergebracht in controversiële beleggingen, uiteenlopend van wapenproducenten tot vervuilende mijnbouwbedrijven. Onderzoek van Zembla toonde aan dat de grote beleggingsclubs nauwelijks zicht hadden op de activiteiten van hun directe of indirecte deelnemingen. Zembla zorgde voor een wake-up call in de hele sector. Bij menig belegger die geld van derden beheert, had het streven naar meer sustainability in de jaren ervoor geleid tot de instelling van een ethische commissie.

Ook bij Delta Lloyd Asset Management waren we aan de slag gegaan met een Commissie Verantwoord Beleggen. Aan goede bedoelingen geen gebrek, maar Zembla drukte ook ons met de neus op de feiten. Als belegger ben je gewend om met een financiële bril naar bedrijven te kijken. In de loop der jaren is dat klassieke beleggingsoogpunt uitgebreid met een reeks andere aspecten: managementkwaliteit, innovatievermogen, ICT-infrastructuur, noem maar op.

Het is naïef gebleken om te veronderstellen dat je daar ook zo maar even een sustainability-check bij kunt doen. Zoiets vereist een compleet andere manier van bedrijven beoordelen. In welke specifieke landen is zo’n bedrijf actief? Welke vertakkingen zijn er allemaal? Met welke lokale onderaannemers doet het zaken en waar houden die zich exact mee bezig? Niet zelden ontbreekt het bedrijven zelf aan een helder antwoord op al deze vragen. Met andere woorden, dit vereist specialistenwerk.

Verschillende internationale organisaties leveren deze specialisatie. Bij Delta Lloyd zijn we enkele jaren terug met zo’n club in zee gegaan. Dat maakte een schijnbaar ongrijpbaar thema als verantwoord beleggingsbeleid ineens heel concreet. Simpelweg door nu de beschikking te hebben over uitsluitingen die op basis van harde, gedetailleerde criteria zijn opgesteld. Het inhuren van experts en dit onderdeel maken van de eigen processen loont. Zo behaalde Delta Lloyd in de Benchmark Verantwoord Beleggen door Nederlandse Verzekeraars 2009, uitgevoerd door de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO), een hoge totaalscore.

Een andere constatering uit die studie, namelijk dat twee derde van de dertig onderzochte verzekeraars niet over een verantwoord beleggingsbeleid beschikt, stemt minder hoopvol. Nu kunnen we als sector wachten op nieuwe onderzoeksjournalistieke onthullingen, met kostbare imagoschade als gevolg. Verstandiger lijkt het me dat alle bedrijven in deze sector specialisten in de arm nemen en hun expertise toepassen in de samenstelling van beleggingsportfolio’s.


ALEX OTTO is directeur beleggingen bij Delta Lloyd Asset Management