Begin juli van dit jaar kwam er een doorbraak in de renteswap affaire: banken zijn akkoord met de afgesproken schaderegeling. Ruwweg komt dit erop neer dat in de meeste gevallen 20 procent van hetgeen is betaald op de renteswap, wordt terug betaald. Daarnaast is er een vergoeding van renteopslagen. Er geldt daarbij een maximale vergoeding van 100.000 euro per onderneming/rechtspersoon. De schadevergoeding wordt verhoogd met de wettelijke rente. Maar vanaf wanneer verwerk je deze schadevergoeding in de commerciële jaarrekening? En wanneer mag/moet je dit fiscaal verwerken?

In commerciële zin dien je deze schadevergoeding uiterlijk op moment van ontvangst van de schadevergoeding te verwerken in de jaarstukken. Er zijn echter argumenten om dit eerder te doen. Bij het tot stand komen van de regeling zijn de contouren bekend geworden en kan er een goede benadering worden gemaakt van de te verwachte vergoeding. Vanaf juli 2016 mag je deze te verwachten vordering en bate verwerken.
 
Redenen om te kiezen voor 2016 of later kunnen afhangen van meerdere factoren. Bij een minder resultaat in 2016, kun je er in commerciële zin voor kiezen om dit op te hogen met de schadevergoeding. Omgekeerd zou ook kunnen. Zo kun je verliesverdamping (onverrekende verliezen waarvan de verrekentermijn dreigt te verstrijken) opvangen.
 
Belangrijk bij de keuze is om van te voren te bepalen wat je commercieel wilt presenteren. De jaarstukken zijn immers steeds vaker de basis voor besluitvorming in het kader van financieringen en andere partijen in het maatschappelijk verkeer. Wat en wanneer je fiscaal iets wilt aangeven, is mede ingegeven door tarieven (progressie), middeling, verliescompensatie en andere regelingen die het fiscaal inkomen als basis hebben.
 
Kom je in aanmerking voor de schadevergoeding? Bedenk dan nú wanneer je dit fiscaal gaat verwerken!

[Toon Wagemans, strategisch adviseur bij Accon avm]