Sinds 2013 is Nederland gestegen van de 8ste naar de 5de plaats op de innovatieranglijst. Het overheidsbeleid speelde daarin een voorname rol. Uitgerekend fiscale innovatie regelingen - in Den Haag niet zo populair - blijken het meest effectief om innovatie aan te jagen.

De Nederlandse overheid stimuleert innovatie op allerlei manieren. Zo zijn er belastingvoordelen voor innovatieve bedrijven en cash subsidies, waarbij de overheid een deel van de investering voor een innovatief project voor zijn rekening neemt. Maar wat werkt nu het best? Wat draagt het meeste bij aan innovatieve producten? En, niet onbelangrijk, welke ondersteuning levert de meeste innovatiebanen op? In de praktijk blijken belastingvoordelen voor innovatieve bedrijven een stuk efficiënter dan cash subsidies. Niet alleen voor het innoverende bedrijfsleven: ook voor de overheid zelf.
 
Allereerst het bedrijfsleven. Fiscale subsidieregelingen, zoals de WBSO en de Innovatiebox, zijn niet alleen veel eenvoudiger aan te vragen door ondernemers, de kans op goedkeuring is ook veel groter. Daarnaast zijn er veel lagere eisen voor de subsidieadministratie – doorgaans een bureaucratische hel voor bedrijven. Zo hoeven ondernemingen geen subsidierapportages naar de overheid op te sturen en zijn ze niet afhankelijk van projectpartners in een kunstmatig opgetuigd subsidieconsortium. Ten slotte worden de controles uitgevoerd door de uiterst betrokken en bekwame techneuten van de Rijkdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) – vrijwel allemaal adviseurs die begrijpen wat bedrijven willen en nodig hebben.
 
Dan de overheid, want ook in Den Haag plukken ambtenaren de vruchten van de eenvoud van fiscale subsidieaanvragen. De geringe administratieve eisen leiden tot een betrekkelijke lage werklast voor het kleine team bij RVO, waardoor de uitvoeringskosten bijzonder laag zijn vergeleken bij cash regelingen. De miljoenen die de overheid aan belastingvoordelen verstrekt worden daardoor effectief besteed en dragen daadwerkelijk bij aan Nederland innovatieland.
 
Hoe kan het dan dat Den Haag niet zo enthousiast is over het verlenen van belastingvoordelen aan innovatieve bedrijven? Dat komt omdat fiscale regelingen vooraf niet exact kunnen worden gebudgetteerd. Daardoor heeft Den Haag minder grip op de zaak, zo vrezen ze bij het Ministerie van Financiën. Die angst leeft echter al ruim twintig jaar en is inmiddels volstrekt achterhaald: aangezien de regeling al sinds 1994 bestaat kan het Ministerie heel nauwkeurig voorspellen wat de regeling in een bepaald jaar gaat kosten.
 
Als Rutte Nederland verder vooruit wil helpen, doet hij er goed aan om zich tijdens de formatie hard te maken voor fiscale subsidieregelingen aan innovatieve bedrijven. En dan vooral voor de WBSO. De Innovatiebox biedt innovatieve bedrijven weliswaar een korting op hun winstbelasting, maar startups die vaak nog verlieslatend zijn, profiteren daar niet van, terwijl grote, winstgevende ondernemingen zich in de handen wrijven. De WBSO, een subsidie voor onderzoekwerkzaamheden, zorgt er daarentegen voor dat innovatief werk in Nederland goedkoper wordt en het uitbesteden van R&D in het buitenland minder aantrekkelijk. Het mes snijdt aan twee kanten: Nederland wordt innovatiever en de regeling is goed voor de werkgelegenheid in Nederland. Juist de WBSO-regeling zorgt ervoor dat het MKB blijft innoveren. En van het MKB moeten we het nu juist hebben.
 
Sander Wolfensberger is medeoprichter van subsidieadviesbureau SUBtracers. Volg hem via Twitter of neem contact op via LinkedIn