Ruim 1,3 miljoen parttimers en mensen zonder werk wilden in het tweede kwartaal méér uren werken. Dat zijn er 209.000 minder dan een jaar eerder. Het zogenoemde onbenut arbeidspotentieel daalt al sinds 2014, zo meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Van het onbenut arbeidspotentieel was ongeveer een derde van de mensen binnen twee weken beschikbaar voor werk en ook actief op zoek. Deze 451.000 mensen vormen de groep waar het werkloosheidscijfer op is gebaseerd. Vorig jaar waren dat er in het tweede kwartaal nog ruim 106.000 meer.

Een bijna even grote groep als de werklozen was óf op zoek naar werk óf beschikbaar. Tot deze krimpende groep behoren ook de ontmoedigden, die geen hoop meer hebben aan de bak te komen. De rest van het onbenut arbeidspotentieel betreft parttimers die meer willen werken en beschikbaar zijn.

Verder zijn er volgens het CBS 3,4 miljoen mensen tussen de 15 en 75 jaar in Nederland die niet gezocht hebben en niet beschikbaar zijn. Het overgrote deel daarvan wil of kan niet werken, bijvoorbeeld vanwege hoge leeftijd, arbeidsongeschiktheid of zorg voor het gezin. Zo'n 203.000 mensen willen op zich wel werken, maar zochten niet en gaven ook aan niet beschikbaar te zijn.

(ANP)