RJ wil verslaggeving voor pensioenen vereenvoudigen

De afgelopen jaren is er veel te doen geweest over de verslaggevingregels voor pensioenen. In de praktijk is gebleken dat deze regels op bepaalde punten onduidelijk en moeilijk toepasbaar zijn. Om deze redenen heeft de RJ onlangs voorstellen gepubliceerd om de huidige Richtlijn 271.3 toegankelijker te maken en de toepassing in de Nederlandse praktijk te vereenvoudigen en verduidelijken.

De voorstellen hebben de status van ontwerp en worden naar verwachting later dit jaar in definitieve vorm uitgebracht. Overigens gelden deze uitsluitend voor jaarrekeningen die op Nederlandse grondslagen worden opgesteld en niet voor jaarrekeningen op basis van IFRS. De belangrijkste wijzigingen worden hieronder toegelicht.

Wijziging van de definitie van toegezegde-bijdrageregeling Voor de wijze waarop een pensioenregeling in de jaarrekening moet worden verwerkt, is het belangrijk om vast te stellen of er sprake is van een toegezegde-bijdrageregeling of een toegezegdpensioenregeling.

In het eerste geval kan een onderneming volstaan met het in de jaarrekening verantwoorden van de premies; bij een toegezegd-pensioenregeling moeten complexe actuariële berekeningen worden gemaakt. Onder de huidige regels kan alleen sprake zijn van een toegezegdebijdrageregeling als het actuariële risico, inclusief het beleggingsrisico, van de pensioenregeling niet bij de onderneming ligt.

De aangepaste definitie is soepeler en stelt dat het actuariële risico, inclusief het beleggingsrisico, niet of slechts in beperkte mate bij de rechtspersoon ligt. Onder de nieuwe voorstellen kan er dus eerder sprake zijn van een toegezegde-bijdrageregeling, waarbij een eenvoudigere vorm van verslaggeving van toepassing is.

Vereenvoudiging actuariële berekening bij een middelloonregeling Voor de actuariële berekening van de toegekende pensioenaanspraken ingeval van een toegezegdpensioenregeling wordt de ‘projected unit credit methode’ voorgeschreven.

Hierbij wordt onder meer gebruik gemaakt van veronderstellingen ten aanzien van demografi sche factoren (bijvoorbeeld levensverwachting) en van financiële factoren (bijvoorbeeld toekomstige salarisstijgingen). Voor middelloonregelingen geldt onder de nieuwe voorstellen dat bij deze berekening geen rekening meer hoeft te worden gehouden met geschatte toekomstige salarisstijgingen.

Aangepaste vrijstelling voor middelgrote rechtspersonen Middelgrote rechtspersonen met een toegezegd-pensioenregeling zijn vrijgesteld van het opstellen van een jaarlijkse actuariële berekening van hun pensioenverplichting. Toch blijken deze rechtspersonen in de praktijk nog veelvuldig tussentijdse actuariële berekeningen te moeten maken, bijvoorbeeld bij wijzigingen in de rentestanden.

In de nieuwe voorstellen is alleen sprake van een noodzaak tot het maken van tussentijdse berekeningen indien het deelnemersbestand significante afwijkingen kent en/of er wijzigingen in de regelingen zijn doorgevoerd. In overige gevallen (onder ‘normale’ omstandigheden) hoeven deze ondernemingen dan slechts eens per drie jaar een pensioenberekening te maken.


Bron: Tijdschrift Financieel Management: Jaarverslag ism Egbert Eeftink, KPMG