Accountants-, administratie- en belastingadvieskantoren, aangesloten bij NOAB en Fiscount, laten een resultatengroei zien van 8% en per kantoorhouder zelfs

Het gemiddelde kantoor met 5,7 fte, waaronder 1,6 fte kantoorhouder, verdiende in 2016 € 182.000 voor de kantoorhouders, bijna € 110.000 per kantoorhouder. Dit wordt beïnvloed door een paar goed verdienende kantoren, want slechts 26 van de kantoren laat een dergelijk resultaat zien. En 34% van de kantoren is verliesgevend. 78% daarvan heeft minder dan 5 fte. Bovendien komt de advisering slechts beperkt op gang.

Benchmark Kantoorcijfers

In 2017 hebben 258 kantoren, aangesloten bij NOAB en/of Fiscount, deelgenomen aan de 7e editie van de Benchmark Kantoorcijfers. De benchmark geeft inzicht in de kantoorexploitatie, de beloningsstructuur en tarieven. Ze hebben 1.885 medewerkers en 1.500 fte (gemiddeld 5,8 fte) in dienst, inclusief kantoorhouders/eigenaren. De totale omzet van de 242 kantoren die dit onderdeel hebben ingevuld is circa € 125 miljoen. De benchmark geeft inzicht in de verschillen tussen kantoren van diverse grootte en regionale ligging, gehanteerde tarieven, salarissen, secundaire arbeidsvoorwaarden, kosten en omzet.

Omzet

De gemiddelde netto omzet steeg in 2016 met 3,7% naar € 517.000 per kantoor. De totale kosten exclusief managementbeloning stegen met 2,7%, resulterend in stijgende resultaten. Toch laat 34% van de kantoren een negatief resultaat zien, na een minimale managementbeloning van € 60.000 per kantoorhouder, resulterend in een beloning per kantoorhouder die minder dan dit bedrag per jaar verdienen. 21% van de deelnemende kantoren heeft nog een negatief resultaat als de managementbeloning slechts € 40.000 per kantoorhouder zou zijn. Waarom minimaal € 60.000? Een zelfstandig ondernemer moet in staat kunnen zijn om 1.300 uur facturabel te werken tegen een tarief van € 50 per uur. Onder aftrek van wat kosten resulteert een resultaat van € 60.000.

Forse stijging vaste prijsafspraken

Het aantal kantoren dat volgens een vaste prijs werkt (in de vorm van een vast abonnement of een vaste prijsafspraak o.b.v. voorcalculatie), stijgt met 29% naar 130 kantoren (van de 258). Werken volgens een vaste prijs bevordert efficiencymaatregelen, omdat deze ten goede komen aan het kantoor. Kantoren met abonnementen of vaste prijsafspraken kunnen ook nog uurtarieven hanteren voor additionele werkzaamheden.

Stijging investering in personeel, ICT en sales

Het aantal vacatures is sterk gestegen met 21% naar 115 medewerkers. Toch is het nog gelukt het personeelsbestand te laten stijgen met 3,4%. Dit is vooral terug te zien in stijging van het aantal administratieve medewerkers en teamleiders, waarin zich ook de meeste vacatures bevinden. De kantoren zijn dus positief gestemd over de toekomst en willen investeren in meer medewerkers.

Naast investeren in personeel wordt ook goed geïnvesteerd in ICT. De kosten hiervan zijn met 10% toegenomen ten opzichte van vorig jaar. Dit zien we ook terug in de innovatieve ontwikkelingen. In totaal maken ICT-kosten 6% van de totale kosten exclusief managementbeloning uit.

Verder zijn ook de verkoopkosten toegenomen met 5%, wat betekent dat kantoren ook meer investeren in het vinden van nieuwe klanten. Bestaande klanten leveren minder problemen om op door de daling van afschrijving op debiteuren met 31%.

Gaat het nu goed met de branche of niet? 

“Dat hangt ervan af hoe je ernaar kijkt,” aldus NOAB en Fiscount. “Het gemiddelde kantoor groeit qua resultaat met 8% en qua omzet met 3,7%. Niet slecht. De resultaatgroei van 8% (vóór managementbeloning) wordt slechts door 48% van de deelnemers die in zowel 2016 als 2017 hebben meegedaan gerealiseerd. 36% van die deelnemers laat zelfs een daling van het resultaat zien. Het gemiddelde lijkt dus positief, maar  schijn bedriegt. 34% van de kantoren is zelfs niet in staat de eigenaren een minimale beloning van € 60.000 op te leveren. En daarvoor werken zij wel minimaal 40 uur per week (en waarschijnlijk veel meer). Bovendien laat het meerjarengemiddelde zien dat de groei afneemt. Kantoren lijken te slapen als het gaat om het toevoegen van extra toegevoegde waarde aan hun dienstverlening. Het administratieve werk prevaleert sterk. Werk dat in de toekomst volledig te automatiseren valt.”

De benchmark is echter een deel van de werkelijkheid. Van de 1535 leden van NOAB en Fiscount gezamenlijk, doen er 258 mee, bijna 17%. Is dat representatief genoeg om wat over de gehele markt te zeggen? NOAB en Fiscount: “Op basis van statistiek wel. Bij een steekproefgrootte van 230 kantoren en een steekproefmarge van 5% is het betrouwbaarheidsniveau 90%, voldoende om een uitspraak te doen over de markt. Het kan echter zijn dat kantoren die goed presteren minder geneigd zijn om mee te doen aan de benchmark. Maar dat kan ook zo zijn voor kantoren die minder goed presteren. Des te meer reden om volgende keer meer te doen aan de Benchmark Kantoorcijfers.”