Rentevoordeel bij renteloze lening aan dga was loon

De relatie tussen een bv en haar dga bestaat uit een aandeelhoudersrelatie en een relatie uit dienstbetrekking. De bv en de dga moeten voor fiscale doeleinden zakelijk met elkaar handelen. Rechtbank Arnhem heeft onlangs uitspraak gedaan in een zaak waarin een bv aan haar dga renteloze leningen had verstrekt.

Hierover bericht PricewaterhouseCoopers. De bv en de inspecteur verschilden met elkaar van mening over de fiscale behandeling van de renteloosheid. De rechtbank bepaalde eerst de hoogte van de zakelijke rente die moest worden toegepast om het rentevoordeel van de dga te kunnen vaststellen. De rechtbank ging daarbij uit van de euriborrente (in het onderhavige belastingjaar: 2,3%) plus een opslag van 1,5%.

Vervolgens was de vraag of dit rentevoordeel kon worden aangemerkt als een verkapte winstuitdeling of als arbeidsbeloning. De rechtbank vond dat de inspecteur niet had bewezen dat de renteloosheid van de leningen haar grond vond in de aandeelhoudersrelatie tussen de bv en de dga.

De rechtbank vond ten slotte dat geen sprake was van een informele kapitaalstorting, omdat het achterwege laten van rente berustte op zakelijke gronden. Daarnaast werd de bv niet verrijkt door het achterwege blijven van rente, maar de dga.


Bron:
Rechtbank Arnhem, 1-10-2009, nr. AWB 08/1894 (gepubliceerd 12-11-2009)