Onlangs heeft de staatssecretaris van Financiën in de Staatscourant een besluit gepubliceerd met daarin een toelichting op de vorm en inhoud van een landenrapport (country-by-country report), groepsdossier (master file) en lokaal dossier (local file).

Het besluit bevat modellen voor het opstellen van een landenrapport, groepsdossier en lokaal dossier, alsmede een toelichting hierop. De modellen en de toelichting daarop sluiten aan bij modellen die eerder door de OESO werden gepubliceerd in haar rapport over actiepunt 13 van het BEPS project.

Multinationale groepen met entiteiten in Nederland kunnen verplicht worden om een landenrapport, groepsdossier en lokaal dossier te overhandigen aan de Nederlandse belastingdienst. Een landenrapport moet worden overhandigd als de multinationale geconsolideerd beschouwd een omzet heeft van 750 miljoen euro en de uiteindelijke moedermaatschappij in Nederland is gevestigd. In sommige gevallen kan ook een Nederlandse entiteit van een multinationale groep ook verplicht worden een landenrapport te overhandigen. Dit zal bijvoorbeeld het geval zijn als de Nederlandse belastingdienst geen landenrapport van de multinationale groep heeft ontvangen vanuit het land waar de uiteindelijke moedermaatschappij is gevestigd. Nederlandse entiteiten in een multinationale groep met een geconsolideerde omzet van tenminste 50 miljoen euro dienen een groeps- en lokaal dossier in hun administratie op te nemen, onafhankelijk van de vestigingsplaats van de uiteindelijke moermaatschappij.

De modellen en toelichting in het besluit geven nadere regels over de vorm en inhoud van de nieuwe documentatieverplichtingen die vanaf 1 januari 2016 zijn opgenomen in de Wet op de Vennootschapsbelasting 1969. Deze wetgeving is ingevoerd met de ‘Overige fiscale maatregelen 2016’ die op Prinsjesdag werd gepubliceerd. De wetgeving geeft uitvoering aan actiepunt 13 van het OESO BEPS-project.

 Staatscourant 2015-47457

(Bron: PwC)