PwC: Bedrijven kiezen vaker voor supply chain finance

Grote Europese bedrijven maken steeds meer gebruik van zogeheten supply chain finance (SCF), en dan met name reverse factoring. Daarbij is het opmerkelijk dat deze financieringsvorm vooral ten faveure van de inkopende partijen wordt ingezet en niet - zoals eigenlijk verwacht - leveranciers.

Dat blijkt uit de SCF Barometer, die PwC onlangs samen met de Supply Chain Finance Community uitvoerde. Het onderzoek geeft voor het eerst inzicht in het gebruik van en het succes van supply chain finance bij grote Europese bedrijven in verschillende sectoren. ‘Deze financieringsvorm groeit sinds 2012 sterk en heeft nog veel meer potentie’, zegt PwC-expert Danny Siemes. ‘Het is de bedoeling dat we dit onderzoek jaarlijks gaan uitvoeren.’

Spagaat door betaaltermijn

Supply chain finance is in het leven geroepen om een einde te maken aan de spagaat die is ontstaan binnen betalingsregelingen. ‘Als een partij een product of dienst levert aan een andere partij, komen ze een bepaalde betaaltermijn overeen’, legt Siemes uit. ‘Die termijn is voor beide partijen belangrijk, maar hun belang is tegengesteld. De koper wil bij voorkeur zo laat mogelijk betalen – bijvoorbeeld omdat de koper zelf nog wacht op betaling van een klant – , terwijl de leverancier het liefst zo vroeg mogelijk betaald wil worden. Zo belanden de partijen in een spagaat.’

Reverse factoring

De meest voorkomende verschijningsvorm van SCF is reverse factoring. Dat onderscheidt zich van reguliere factoring doordat de partij die de vorderingen overneemt, haar betalingsrisico baseert op de kredietwaardigheid van de debiteur in plaats van die van de leverancier. Daarnaast worden alleen goedgekeurde facturen overgenomen, zodat de kans op niet-betaalde facturen beperkt blijft.

SCF vooral ter verbetering werkkapitaal koper

Een van de meest opvallende resultaten van de SCF Barometer is dat SCF vooral wordt ingezet om additionele liquiditeit voor de koper te genereren en niet alleen voor de leverancier. ’42 procent van de respondenten noemt de behoefte aan werkkapitaal-optimalisatie aan de kant van de koper als voornaamste reden. De liquiditeitsbehoefte van de leverancier komt daar met achttien procent op grote afstand achteraan.’

(PwC)