De consumentenprijzen in de eurozone zijn in juli gestegen, met name door de hogere brandstofprijzen.

Ook levens- en genotsmiddelen werden duurder, net als bepaalde diensten. Door het versoepelen van de coronamaatregelen neemt de vraag naar diensten toe, wat de prijzen stuwt.

Volgens het Europese statistiekbureau Eurostat kwam de inflatie uit op 2,2 procent op jaarbasis, tegen 1,9 procent in juni toen die nog licht daalde. Een hogere inflatie kan de koopkracht van consumenten ondermijnen en de Europese Centrale Bank (ECB) aansporen om sneller de coronasteunpakketten te gaan afbouwen of de rente te verhogen.

De dienstensector bevat onder meer detailhandel, toerisme en horeca. Exclusief de schommelende prijzen van energie, voedsel en genotsmiddelen als alcohol en tabak kwam de zogeheten kerninflatie uit op 0,7 procent, tegen 0,9 procent een maand eerder.

Voor de gehele Europese Unie werd in juli door Eurostat een nog hogere inflatie gemeten. Daar ging het om 2,5 procent, tegen 2,2 in juni. Binnen de EU lag die het hoogst in Estland, Polen en Hongarije en het laagst in Malta, Griekenland en Italië. In Nederland kwam de inflatie volgens het statistiekbureau uit op 1,4 procent.