Het plan van het IMF om de noodreserves van aangesloten landen met 650 miljard dollar te verhogen is een stap dichterbij.

Met het geld van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) moeten vooral armere landen en opkomende economieën financiële ademruimte krijgen om de coronapandemie te kunnen bestrijden.

Het bestuur van het IMF zou zich naar verluidt unaniem achter het plan hebben geschaard, meldden bronnen aan persbureau Bloomberg. Het IMF bevestigt dat de kwestie vrijdag is besproken door het bestuur dat bestaat uit leden uit 24 IMF-lidstaten en spreekt van een volgende stap in het proces dat naar verwachting in augustus wordt afgerond. Het plan moet ook nog definitief worden goedgekeurd door de raad van gouverneurs, die bestaat uit vertegenwoordigers van de 190 IMF-landen.

De noodreserves moeten worden toegewezen via zogeheten Special Drawing Rights (SDR's), waarvan de waarde is gebaseerd op een mandje van vijf veel gebruikte munten. Landen kunnen hiermee hun internationale reserves aanvullen en ze bijvoorbeeld verkopen voor euro's of dollars als de staatsfinanciën dat vereisen.

De toewijzing van reservevaluta zou de grootste ooit zijn van het IMF. De laatste keer dat het fonds extra noodreserves creëerde was in 2009, tijdens de wereldwijde financiële crisis. Toen gingen lidstaten van het fonds akkoord met de verdeling van SDR's ter waarde van 250 miljard dollar.

Omdat het geld van het IMF wordt verdeeld over alle leden, op basis van hun aandeel in het fonds, zullen de rijke landen het meest profiteren, terwijl slechts 7 procent of 42 miljard dollar van het totaal naar de 44 armere landen gaat. De leiders van de G7-landen hebben deze maand de voorgestelde uitbreiding van de noodreserves van het IMF toegejuicht. Ze spraken ook hun steun uit voor een wereldwijd streefbedrag van 100 miljard dollar voor de meest kwetsbare landen.

De landen van de G20 stemden in april in met de uitbreiding van de reserves. Dat gebeurde op het moment dat duidelijk werd dat rijkere landen zich veel sneller herstellen van de pandemie, terwijl de ontwikkelingslanden ver achterblijven.