Pensioenwaardeoverdracht kost werkgever al gauw EUR 25.000 extra

Met de komst van de nieuwe Pensioenwet is ook op het gebied van waardeoverdrachten de overstap gemaakt naar marktwaardering. Dit betekent dat voor de bepaling van de overdrachtswaarde moet worden gerekend met een rentevoet op basis van de rentetermijnstructuur voor verplichtingen met een looptijd van 25 jaar met als peildatum 1 oktober van enig jaar. Voor waardeoverdrachten in 2009 wordt uitgegaan van de rente per 1 oktober 2008, zijnde 4,533%.

Inkomende waardeoverdrachten van oudere werknemers leiden bij rechtstreeks verzekerde pensioenregelingen (waarbij doorgaans wordt gereserveerd op basis van een rekenrente van 3%) tot forse bijbetalingsverplichtingen voor de werkgever.

Immers, als er EUR 1.000 pensioen moet worden ingekocht tegen een rekenrente van 4,533% is dat fors goedkoper dan als dat tegen 3% moet worden ingekocht. Dit scheelt gemiddeld zo'n 30%. Voor een doorsnee werknemer van 40 jaar met een gemiddeld salaris van EUR 40.000 en 15 achterliggende dienstjaren is de aanvullende koopsom al voor de werkgever al gauw EUR 25.000. Zie ook dit rekenvoorbeeld.

Voor een uitgaande waardeoverdracht werkt dit uiteraard de andere kant op. Indien u een werkgever bent met een eigen pensioenfonds of als u als werkgever bent aangesloten bij een bedrijfstakpensioenfonds, dan is deze problematiek minder van toepassing. Maar heeft u een rechtstreeks verzekerde pensioenregeling bij een verzekeringsmaatschappij dan speelt deze problematiek wel. Houden u inkomende en uitgaande waardeoverdrachten elkaar ongeveer in evenwicht, dan zullen de financiele gevolgen wellicht nog te overzien zijn.

Krijgt u echter te maken met meer nieuwe werknemers die waardeoverdracht willen plegen dan dienstverlaters die hun waarde meenemen dan kunnen de financiele gevolgen groot zijn. Vooral bij oudere werknemers. Wilt u als werkgever of als pensioenfonds volledig inzicht en controle in de aanvullende kosten die gepaard gaan met waardeoverdrachten?

Het is raadzaam om samen met uw adviseur na te gaan of deze problematiek bij u speelt en welke afspraken er zijn hieromtrent met uw verzekeraar. Zo kunt u het potentiële financiële risico in kaart brengen.