Overnames van investeringsmaatschappijen zijn vaak in het nadeel van de werknemers en klanten van het betreffende bedrijf. Dat zegt hoogleraar Hans Schenk van de Universiteit Utrecht, die onderzoek doet naar de gevolgen van overnames door private-equity-partijen.

Eerder ontdekte hij al dat overgenomen bedrijven vaak failliet gaan: 15 procent moet na tien tot vijftien jaar de handdoek in de ring gooien. Investeringsmaatschappijen trachten vooral financieel rendement uit hun overname te halen. Daardoor wordt bezuinigd op het personeel, de dienstverlening en research & development.

Op den duur breekt dat een bedrijf op en vertrekken klanten omdat het bedrijf niet innovatief genoeg meer is. Ook de rentelasten waarmee bedrijven worden geconfronteerd kunnen een bron van problemen vormen.

Bij stijging van het rentepercentage en tegenvallende inkomsten, legt Schenk uit, zal de bank strenger worden en zullen de renteniveaus toenemen. Schenk noemt ook mogelijke gunstige effecten van een overname. Om waarde te creëren worden fouten uit het verleden, bijvoorbeeld van een inefficiënte fusie, hersteld.