Hoogleraar pleit voor betere afstemming tussen universiteit en praktijk.

Onderzoek naar management accounting is niet nuttig voor de controller en voor de CFO. Onderzoekers zijn zich onvoldoende bewust van wat er leeft in de management accounting-praktijk.

Dat stelt prof. dr. Bart D Dierynck in de rede die hij volgende week uitspreekt voor de aanvaarding van zijn leerstoel aan de Tilburg University. Dierynck is benoemd tot hoogleraar Management Accounting.

Het doel van academisch onderzoek naar management accounting bedoeld is om een diepgaand begrip te ontwikkelen van een bepaald management accounting-fenomeen, om problemen in de management accounting-praktijk te helpen oplossen.

Algemeen wordt aangenomen dat onderzoek naar management accounting nuttig dient te zijn voor de afdeling finance, in het bijzonder voor de CFO en de controller.

Dierynck toont via een door hem ontwikkelde matrix aan dat er een mismatch is tussen het type onderzoek dat verricht wordt, en het type onderzoek waar de praktijk behoefte aan heeft. De inzichten en producten die uit het huidige onderzoek voortvloeien, helpen de controller onvoldoende bij het uitvoeren van de informatie-genererende en beslissingsondersteunende taken.

Bovendien focust het onderzoek naar management accounting zich onvoldoende op de informatie-genererende taak van de controller. Terwijl dit het type onderzoek is waarmee de onderzoekers een hoog competitief voordeel hebben.