Ondernemerschap in Nederland blijft achter

Ondanks het gevonden verband tussen een hoge competitieve economie en een hoog ambitieniveau bij beginnende ondernemers, blijft Nederland wederom achter bij andere (omliggende) landen. Met een percentage van 9% van de Nederlandse beroepsbevolking, moet Nederland het afleggen tegen landen als Frankrijk, Portugal en Noorwegen, die op hun beurt hun ondernemende groeicapaciteiten beter weten te benutten.

Dat meldt het World Economic Forum (WEF) in het rapport Leveraging Entrepreneurial Ambition and Innovation: A Global Perspective on Entrepreneurship 2015. In dit rapport wordt de relatie tussen ondernemerschap en de competitiviteit van economieën nader onderzocht. 
“Nederland scoort wel hoog als competitieve economie, maar dit geeft zeker nog geen garantie voor een sterk ondernemersklimaat” stelt onderzoeksleider professor Henk Volberda van Rotterdam School of Management, Erasmus University (RSM). 
Hij onderstreept dat de meest competitieve economieën vaak niet de economieën zijn met het grootste aantal nieuwe business creators, maar dat zij sterk voordeel behalen uit een kleinere concentratie van hoogontwikkelde ondernemers. Het volledige rapport vindt u hier (link). 
De voornaamste bevindingen van het rapport zijn: 
 
Sterke concurrentiepositie en welvaart in Nederland nodigt medewerkers onvoldoende uit tot ondernemerschap
Ondanks de sterke concurrentiepositie van Nederland en het hoge welvaartsniveau, blijft Nederland achter op het gebied van ondernemerschap. Culturele en politieke factoren spelen hier een belangrijke rol. De hoge risico aversie en focus op baanzekerheid leiden tot een voorkeur voor een stabiele carrière en een lage prioriteit voor ondernemerschap. 
Grote bedrijven weten medewerkers onvoldoende te inspireren tot ondernemerschap
Het percentage van de beroepsbevolking die start met ondernemerschapsactiviteiten (early-stage entrepreneurship) is met 8% relatief laag in Nederland. Volgens Volberda is dit in zeer concurrerende economieën geen onbekend verschijnsel, maar is het wel opvallend dat Nederland ook laag scoort op ‘intrapreneurship’. Een lage score op intrapreneurship wordt gekenmerkt door weinig ondernemende activiteiten georganiseerd door vaste medewerkers binnen grote bedrijven. Dit kan erop wijzen dat grote bedrijven onvoldoende ruimte geven aan individuen om te ondernemen en te kort schieten in het inspireren van innovatie. 
Groeipotentie van Nederlandse ondernemers blijft achter ten opzichte van omringende landen
In vergelijking met landen als Duitsland, Ierland en Denemarken blijft de groeipotentie van de Nederlandse ondernemers achter. Ondanks dat Nederland net als deze landen laag scoort op early-stage entrepreneurial activities, scoren deze landen aanzienlijk hoger als het gaat om groeipotentie en creatie van nieuwe werkgelegenheid door ondernemers. Nederland wordt daarom door het World Economic Forum ingedeeld in de categorie ‘Neutral Economy’, waarbij landen in deze categorie op bijna alle aspecten lager scoren dan het onderzochte gemiddelde. 
Ondernemers moeten met meer nieuwe producten en diensten komen
Innovatief ondernemerschap wordt gekenmerkt door ondernemers die nieuwe producten of dienst introduceren in de markt. Op dit gebied blijft Nederland achter bij hoog scorende landen, zoals Chili, Zuid-Afrika en Columbia, maar ook omliggende landen als Denemarken en Frankrijk. Nederland staat hier als 18e op de ranglijst. 
Kabinet moet specifiekere doelen stellen betreffende ondernemerschapsstimulering: meer groei en innovatie en minder ZZP-ers
Het huidige kabinet stimuleert ondernemerschap in de vorm van educatie, subsidies en fiscale compensaties. De uitkomsten van dit onderzoek geven volgens Volberda duidelijk aan dat generieke stimulering van ondernemerschap minder effectief is. In plaats van meer ondernemers die nauwelijks groei en innovaties creëren zou het kabinet maximaal moeten inzetten op high-growth entrepreneurs (ondernemers die snel groeien in omzet en personeelsbestand) en knowledge-intensive entrepreneurs die in staat zijn innovatieve producten en diensten op de markt te zetten. 
De snelle groei van ZZPers of individuele ondernemers heeft wel geleid tot een betere score op early-stage entrepreneurship, maar niet tot een betere score op ambitieus en innovatief ondernemerschap. Gezien het feit dat Nederland behoort tot de top-10 van geavanceerde competitieve economieën zal een verdere toename van meer ZZPers (early-satge entrepreneurship) niet bijdragen aan additionele groei en innovatie. Juist ambitieuze en innovatieve ondernemers kunnen economische groei en werkgelegenheid realiseren.
INSCOPE Research for Innovation is host institute van het WEF. Henk Volberda, Professor of Strategic Management & Business Policy aan RSM en directeur van INSCOPE leidt het onderzoek voor Nederland. 

Gerelateerde artikelen