Pensioenfondsen staan er een stuk rooskleuriger voor dan een jaar geleden. De gemiddelde dekkingsgraad van Nederlandse pensioenfondsen stond eind juni op 114%. Dat is een stijging van 13 procentpunten ten opzichte van precies een jaar eerder. Vergeleken met vorige maand is de dekkingsgraad 2 procentpunten gestegen.

De nieuwe rekenregels waarmee het kabinet onlangs instemde, zorgen echter naar verwachting voor een daling van de gemiddelde dekkingsgraad van minimaal 7 procentpunten per 1 januari 2015. Daarnaast worden de eisen om te kunnen indexeren zwaarder. Daarmee lijkt indexatie van de pensioenuitkeringen verder weg dan ooit. 

Dat blijkt uit de Pensioenthermometer van Aon Hewitt, wereldwijd marktleider in human-resourcemanagement, consultancy en outsourcing, die dagelijks de hoogte van de gemiddelde dekkingsgraad bijhoudt.

“Pensioenfondsen hebben het afgelopen jaar goed gepresteerd, maar de werkende en gepensioneerde Nederlanders merken daar weinig van,” stelt Frank Driessen, Chief Commercial Officer bij de afdeling Retirement & Financial Management van Aon Hewitt. Hij wijst erop dat de dekkingsgraad zo is gestegen als gevolg van de positieve rendementen op aandelen en vastrentende waarden. Deze laatste rendementen stegen doordat de rente daalde. Daarnaast heeft een aantal fondsen kortingen moeten doorvoerden wat ten goede kwam aan de dekkingsgraad.

Regels indexatie strenger
“Ondanks de goede prestatie van de fondsen is indexatie van pensioenuitkeringen voor de meeste fondsen niet aan de orde als gevolg van strengere regelgeving,” stelt Driessen. Daar staat tegenover dat eventuele toekomstige kortingsmaatregelen uitgesmeerd mogen worden over een periode van tien jaar. Afgelopen jaren werden kortingen eenmalig direct ingevoerd. “Deelnemers van wie de pensioenuitkering worden gekort, voelen de klap daardoor minder hard.”

Eind juni stemde het kabinet in met nieuwe rekenregels voor pensioenfondsen. Onder de nieuwe rekenregels wordt de zogenoemde beleidsdekkingsgraad geïntroduceerd: de voortschrijdend gemiddelde dekkingsgraad van de afgelopen twaalf maanden op basis van de nieuwe UFR-systematiek. Ook worden de spelregels voor indexatie strikter: fondsen mogen pas indexeren bij een beleidsdekkingsgraad van 110% of hoger. Nu is dat nog 104,3%. Ook de hoogte van indexatie wordt aangepast. Pas als een fonds een beleidsdekkingsgraad heeft van 115%, kan het maximaal 0,5% indexatie verlenen. Nu wordt al 0,5% geïndexeerd bij een dekkingsgraad van rond de 108%. “De beleidsdekkingsgraad staat per eind juni op 107%. Dat is 7 procentpunten lager dan de dekkingsgraad op dit moment. Met de nieuwe regels kan er dus nog geen sprake zijn van indexatie.”

Nieuwe rekenmethode leidt tot daling dekkingsgraad 
Ook de manier waarop de dekkingsgraad wordt berekend, wordt aangepast. De zogenaamde Ultimate Forward Rate daalt van 4,2% naar ongeveer 3,5% per 1 januari 2015. Dat heeft een verlagend effect op de dekkingsgraad. “Waarschijnlijk is dit effect aan het einde van het jaar nog groter. Aangezien de UFR uitgaat van een gemiddelde over tien jaar, tellen de hoge rentes van 2004 vanaf 1 januari 2015 niet meer. De UFR zal daardoor verder dalen.”

Naast de aanpassingen in de berekening van de dekkingsgraad wordt het vereiste eigen vermogen van pensioenfondsen verhoogd. Voor een gemiddeld fonds stijgt dit van 21,7% naar 26,6%, een toename van bijna 5 procentpunt. “Uitgaande van een ingeschatte beleidsdekkingsgraad van 107% betekent dit dat het gemiddelde pensioenfonds nog ruim 19% moet herstellen voordat het uit reservetekort is.”

Betere communicatie over beleggingen
De nieuwe regels schrijven ook voor dat pensioenfondsen beter moeten communiceren over het risicoprofiel van het beleggingsbeleid. Op die manier is het gevoerde beleggingsbeleid te vergelijken met de uitgangspunten en de risicohouding van de deelnemers en werkgevers. 

“Voor goed inzicht in de risicohouding is een risicobereidheidsonderzoek onontbeerlijk. Pensioenfondsen kunnen zich alvast voorbereiden op het nieuwe kader door een risicobereidheidsonderzoek uit te voeren,” zegt Driessen. “Daarnaast doen pensioenfondsen er goed aan de gevolgen van het nieuwe kader in kaart te brengen.”

Waarde verplichtingen gedaald
De waarde van de verplichtingen van pensioenfondsen daalde in juni met ongeveer 0,2%. Dat komt doordat de rente is gedaald, maar de driemaands gemiddelde rente is daarentegen licht gestegen. De waarde van de verplichtingen van pensioenfondsen wordt berekend volgens de driemaands gemiddelde marktrente met Ultimate Forward Rate.

Ook vermogen pensioenfondsen stijgt
Het gemiddelde vermogen van de Nederlandse pensioenfondsen is in juni eveneens gestegen. Het totale vermogen steeg per saldo met 1,4%. Deze stijging wordt verklaard doordat de waarde van de obligatieportefeuille met 1,5% toenam. Daarnaast nam de waarde van de aandelenportefeuille met 1,7% toe. Ook de overige beleggingscategorieën noteerden positieve rendementen.

Bron: Aon Hewitt