Nieuwe regels voor instellen beroep op belastingaanslag

Als u het met een belastingaanslag niet eens bent, kunt u eerst bezwaar aantekenen bij de belastingdienst. Die beoordeelt de aanslag en zal uitspraak doen op uw bezwaar.

Tegen de uitspraak kunt u beroep instellen bij de belastingrechter. Tot 1 januari 2005 moest u dat beroep instellen bij het gerechtshof. Het Hof beoordeelde de feitelijke situatie en paste daarop de rechtsregels toe. Kreeg u daar ongelijk dan kon u alleen nog maar naar de Hoge Raad. Maar deze buigt zich per definitie niet over de feiten. De Hoge Raad beoordeelt alleen of het Hof de rechtsregels goed heeft toegepast. Maakte het Hof een fout in het vaststellen van de feiten, dan kon daar niets meer tegen worden gedaan. Per 1 januari 2005 is in deze gang van zaken verbeterd. Het beroep tegen een uitspraak op een bezwaarschrift moet u nu bij de rechtbank instellen. Die beoordeelt de feiten en past daarop het recht toe. Maar krijgt u daar ongelijk, dan kunt u nog hoger beroep instelling bij het gerechtshof. Die beoordeelt het hele feitencomplex nog een keer en kijkt bovendien of de rechtbank de wet goed heeft toegepast. Krijgt u van het Hof weer ongelijk, dan kunt u nog wel naar de Hoge Raad, maar die buigt zich niet over de feiten. Voorbeeld Een voorbeeld: U leent geld, in principe bedoeld om uw huis te verbouwen. U zet dat op uw internetspaarrekening. De verbouwing laat nogal lang op zich wachten en inmiddels heeft u een nieuwe auto nodig. Die betaalt u dan maar even van de interspaarrekening. Na twee jaar gaat de verbouwing van start en die betaalt u van uw gewone spaarrekening. De rente op een lening voor de verbouwing van de eigen woning is aftrekbaar vanaf het moment dat deze wordt aangewend voor de verbouwing/onderhoud van de eigen woning, de rente op een lening voor de aanschaf van een auto is niet aftrekbaar. Het moge duidelijk zijn dat het verband tussen lening en verbouwing hier niet direct voor de hand ligt en dat een rechter heel makkelijk zou kunnen oordelen dat de lening niet voor de verbouwing maar voor de aanschaf van de auto is gesloten. U stelt voor de rechter zonder nader bewijs dat het uw bedoeling was om met de lening de verbouwing te betalen. De rechtbank wijst uw beroep af. U stelt hoger beroep in bij het Hof. Inmiddels heeft u nogmaals in uw papieren gekeken en de offerte gevonden voor de verbouwing, die dateert van een maand vóór het aangaan van de lening. Bij het Hof mag u dit alsnog aanvoeren, zodat het verband tussen de lening en de verbouwing bewezen wordt geacht. Zonder een tweede feitelijke rechter (zoals het geval was vóór 1 januari 2005), had u deze zaak verloren voor het Hof en had de gang naar de Hoge Raad geen enkele zin gehad. De feiten waren dan door het Hof 'verkeerd' vastgesteld, maar daar mag de Hoge Raad zich niet mee bemoeien. Belang voor de praktijk Door een tweede feitelijke instantie in te voeren, heeft u meer rechtszekerheid gekregen en kunt feitelijke fouten gemaakt bij de rechtbank bij het gerechtshof herstellen.