Nieuwe businessmodellen in de circulaire economie

We moeten efficiënter omgaan met schaarse grondstoffen, want die raken anders snel op. De ambitie om dat te doen is er, maar het aantal bedrijven dat nu al concreet aan de slag is met circulaire economie is nog maar op één hand te tellen. Er moet dus nogal wat gebeuren om die omslag te maken. De financieel manager kan hierin een sleutelrol vervullen, vindt Jan Jonker, hoogleraar Duurzaam Ondernemen aan de Radboud Universiteit (Nijmegen School of Management) te Nijmegen.

“Er is heel veel belangstelling voor de Circulaire Economie (CE) wat ik heel bemoedigend vindt”, begint Jan Jonker. “Zowel bedrijven, burgers als de overheid hebben veel interesse om het streven naar duurzaamheid economisch te vertalen. Niet voor niets heeft het ministerie vorig jaar het Rijksbrede programma ‘Circulaire Economie: Nederland circulair in 2050’ geïnitieerd. Met dit programma legt het Rijk de ambitie neer om in 2030 50 procent minder grondstoffen te gebruiken. In 2050 moet dat 100 procent zijn.” 

Jonker is de initiatiefnemer van het landelijke onderzoek naar business modellen voor de circulaire economie (BMCE) dat in 2016 werd uitgevoerd. “Uit het onderzoek blijkt dat wat er daadwerkelijk gebeurd in het bedrijfsleven op het gebied van CE nog zeer bescheiden is”, aldus Jonker. “De liefde is er, maar tussen ambitie en omzet zit nog een grote kloof.” De resultaten presenteren prof. Jan Jonker en zijn team tijdens een tweedaags conferentie op 18 en 19 mei.

De grote transitie
De circulaire economie heeft veel potentieel en dit kan zich vertalen naar nieuwe verdienmodellen en werkgelegenheid. Maar we moeten het de tijd gunnen, vindt Jonker. “Dit is echt niet van vandaag op morgen een realiteit. De industriële revolutie hebben we ook pakweg 50 jaar over gedaan. Zo gaat dat met transities en dat is CE zeker. Het is een volledig ander economisch model. We hebben zeker tien jaar nodig om grote stappen te zetten, maar als we er echt op inzetten gaat er dan wel wat substantieels gebeuren.”

De kern van de CE is dat grondstoffen binnen een kringloop worden gehouden. Jonker: “Dat is dus een materiële en een economische kringloop. Met het sluiten van kringlopen creëren we waarde. Een waarde die we niet alleen uitdrukken in termen van financiële of economische waarde, maar ook in andere waarden, zoals ecologische impact door grondstoffen in de regio te houden en vervoersbewegingen te verminderen.”

Nederland heeft een aantal voordelen, zo beargumenteert Jonker. “Zo zijn we erg goed in logistiek. Daar zijn we al eeuwen mee bezig, dus daar hebben we een stapje voor op de ons omringende landen. Vanuit de overheid is nu concreet beleid nodig; fiscalisering kan structureel bijdragen. Geen ‘ruitenwissersbeleid’, maar een écht en stabiel transitiebeleid. Ik hoop nog steeds op een Minister van Circulaire Economie in het Kabinet Rutte III die dit onderwerp op de agenda gaat zetten én houden.” 

Nieuwe businessmodellen
Uit het onderzoek is een lijst van 100 koploper bedrijven gekomen dat met circulair ondernemen bezig is. Maar een heel breed scala aan bedrijven herkennen de CE als een grote kans. Een cruciaal aspect van een circulair businessmodel is het zo optimaal mogelijk gebruik maakt van producten, onderdelen en hun grondstoffen. “Door producten te refurbishen kun je onderdelen opnieuw bruikbaar maken en afval uit de cyclus halen”, licht Jonker toe. “Stel je voor dat we alle digitale apparaten die we nu weggooien één keer zouden hergebruiken, wat een gigantische impact dat zou hebben! Een mooi voorbeeld uit het onderzoek is de Kaak Groep in Terborg die bakmachines fabriceert. Ze gaan machineonderdelen die retour komen - en die niet meer refurbished kunnen worden - verpoederen en van dat poeder gaan zij nieuwe onderdelen printen met een 3D-metaalprinter. Dat is op en top de circulaire economie. De kringloop sluiten en zorgen dat onderdelen én grondstoffen zo lang mogelijk meegaan.” 

Leveranciers zijn niet noodzakelijk blij met zulke ontwikkelingen, want er wordt minder of helemaal niet meer ingekocht. “Maar in elke transitie zijn er mensen niet blij. Dat is van alle tijden”, aldus Jonker. “Door de transitie gaat de conventionele economie krimpen, maar er gaan wel nieuwe arbeidsplaatsen door ontstaan. We gaan minder maken, minder delven, maar meer hergebruiken en meer producten als dienst aanbieden.” 
Een voorbeeld is Auping dat bedden steeds minder vaak verkoopt, maar het gebruik ervan verhuurd. “Het is nog te vroeg om te zeggen hoe de impact op de economie en op de arbeidsmarkt er precies uit gaat zien, maar dat er sprake is van een transitie is wel duidelijk”, aldus Jonker. “We moeten eerst een eind op weg zijn voordat we daar wat zinnigs over kunnen zeggen, maar in logistiek, dienstverlening, 3D-printen en refurbishment gaan zeker nieuwe banen ontstaan.” 

Hoe begin je hiermee? “Ga experimenteren”, adviseert Jonker. “Ga in een tuinhuisje aan de slag met een klein stukje van je bedrijf. Maak al werkende weg de vertaalslag van lineair naar circulair. Met wie kan je een kringloop sluiten? Welke producten lenen zich goed voor verdienstelijking? Wat kun je om te beginnen refurbishen? Dat zijn spannende debatten om te voeren.”

Rol van de financieel manager
Een belangrijk vraagstuk voor het financieel management van de onderneming is hoe je bij een circulair model gaat afrekenen. “Lineair afrekenen werkt niet altijd meer”, aldus Jonker. “Wanneer je licht gaat verhuren in plaats van lampjes verkopen, zul je ook je verdienmodel moeten aanpassen, bijvoorbeeld naar een abonnementenmodel. Ook kun je denken aan uitwisseling van andere eenheden dan geld in de keten waar je inzit. Voor een onderzoek naar nieuwe verdienmodellen waar we nu mee bezig zijn op de universiteit hebben we 52 verdienmodellen in kaart gebracht die lang niet allemaal op geld draaien. Mobiliteit, stroom, logistiek, tijd, servercapaciteit; je kunt met van alles afrekenen. Dit is wel een vraagstuk voor financieel managers: hoe verdeel je evenwichtig de kosten én baten onder de partners in een kringloop; wie komt wat toe? Wie draagt nog de verantwoordelijkheid voor assets? Hoe zet je je governance op?” 

Een ander taakgebied van finance - het op orde brengen van de financiering - gaat ook veranderen door CE. “Diensten passen niet in het traditionele financieringsmodel van banken”, aldus Jonker. “Wat is het onderpand? We zien tegelijkertijd nieuwe vormen van financiering opkomen, zoals crowdfunding en supply chain finance. Met technologieën als blockchain zullen er nog meer nieuwe vormen ontstaan. Het verdienmodel van banken, lenen tegen rente, raakt zo achterhaald. De circulaire economie wordt verder geholpen door nieuwe verdienmodellen in financiering. Aan de financieel manager de taak de mogelijkheden in kaart te brengen en de bronnen aan te boren die het beste aansluiten op het veranderende businessmodel van zijn/haar onderneming.”

Een eerste stap is beginnen met Integrated Reporting (IR), concludeert Jonker. “We gaan naar een duurzame economie toe, businessmodellen gaan veranderen en de rapportagecyclus moet daarop aansluiten. Hoe dit precies gaat werken weten we nog niet. Dat gaan we ontdekken en is een proces van pionieren. Er is, kortom, werk aan de winkel; ook voor de financieel manager.”

Maak je van jouw bedrijf een kringloopbedrijf
We moeten efficiënter omgaan met schaarse grondstoffen, want die raken anders snel op. Op de 'Landelijke Conferentie én Markt ‘Business Modellen voor de Circulaire Economie’ op 18 mei in Arnhem kunnen bedrijven zien hoe. Bezoekers krijgen inzicht in de 'stand van het land' in de circulaire economie, een overzicht van de 100 + circulaire koplopers in Nederland, concrete bouwstenen om er mee aan de slag te gaan en de inzichten en toekomstvisies van de top van de overheid en de Rabobank.

Deelnemen? Meedoen? Meer informatie via http://bit.ly/2lOX3Ex
Waar: Eusebiuskerk Arnhem, 18 mei 2017