Nederlandse werkgevers blijven optimistisch over de groei van de werkgelegenheid. Met name in de financiële en zakelijke dienstverlening zijn werkgevers optimistisch.

Uit de arbeidsmarktbarometer (MEOS) van ManpowerGroup onder 58.000 werkgevers wereldwijd, waarvan 750 in Nederland blijkt dat Nederlandse werkgevers richting het eerste kwartaal optimistischer zijn over de werkgelegenheid dan in het voorgaande kwartaal. Het werkgelegenheidscijfer voor het eerste kwartaal komt uit op +3, waarmee het cijfer voor het vierde kwartaal op rij positief is. Tevens is het cijfer 2 procentpunten hoger dan het vorige kwartaal. 

In zes van de negen sectoren verwachten werkgevers een toename van het aantal werknemers ten opzichte van het laatste kwartaal van 2015. Werkgevers in de financiële en zakelijke dienstverlening zijn bijzonder optimistisch. Binnen deze sector werd een nettowerkgelegenheidscijfer van 14 procent gemeten. “Voor het derde kwartaal op rij groeit de verwachte werkgelegenheid in deze sector. Dergelijke scores werden voor het laatst gemeten in 2009, vlak voor het uitbreken van de crisis”, zegt Jilko Andringa, algemeen directeur van ManpowerGroup Noord-Europa. In de optiek van Andringa houdt het herstel van de Nederlandse economie aan en wordt de basis steeds breder. Zo verwachten werkgevers in Oost, West en Zuid-Nederland een toename van het werknemersbestand. In Noord-Nederland verwachten de werkgevers daarentegen een krimp.

De rest van de regio Europa, Midden-Oosten en Afrika lijkt ook optimistisch over de economische ontwikkelingen richting het eerste kwartaal van 2016. In 22 van de 24 landen waar onderzoek is gedaan door Manpower voorzien werkgevers een uitbreiding van het personeelsbestand. Alleen in Finland en Frankrijk verwachten werkgevers een teruggang. Nederlandse nauwste handelspartner Duitsland blijft met een score van +3 bescheiden positief. “Net als in Nederland, verwachten ook onze oosterburen bescheiden groei begin 2016. Bijna 9 van de 10 Duitse werkgevers verwachten dat hun personeelsbestand gelijk blijft of groeit in de periode januari-maart. Dit wijst op een zeer stabiele arbeidsmarkt”, stelt Andringa.