Middelgrote Nederlandse bedrijven willen meer groei realiseren in Duitsland. De ondernemingen verwachten de toename met name te realiseren door autonome groei, het introduceren van nieuwe producten op de Duitse markt en het betreden van nieuwe afzetmarkten. Overnames van Duitse ondernemingen zijn minder aan de orde.

Dit blijkt uit onderzoek van KPMG naar de mate waarin middelgrote Nederlandse ondernemingen zaken doen in Duitsland. Van de bedrijven die op dit moment actief zijn in Duitsland verwacht bijna 80% verdere groei te halen uit de Duitse markt. Ruim 90% verwacht dat met name autonome groei, zoals de introductie van nieuwe producten en het vinden van nieuwe Duitse afzetmarkten, zullen zorgen voor meer omzet uit Duitsland.

Eén op de vijf bedrijven verwacht te zullen groeien door overname van een Duitse onderneming. Op dit moment is bij 70% van de ondernemingen de Duitse markt goed voor maximaal 10% van de omzet. Zo’n 20% van de ondernemingen genereert 10 tot 25% van de omzet uit de Duitse markt en een kleine 5% haalt meer dan de helft van de omzet uit de Duitse markt.


Overeenkomsten en verschillen

“Onze oosterburen hebben de grootste en meest invloedrijke economie van Europa”, zegt Ernst Groenteman, partner bij KPMG en gespecialiseerd in het Nederlands middenbedrijf. Groenteman: “Met zo’n 83 miljoen inwoners vormt Duitsland voor veel middelgrote bedrijven een zeer aantrekkelijke afzetmarkt met een sterke koopkracht en de voordelen van een volwassen, stabiele economie. Veel Nederlandse ondernemingen die de intentie hebben om hun activiteiten Europees uit te breiden, beginnen dan ook in Duitsland.

Op een aantal terreinen kennen de landen bovendien overeenkomsten, zoals wet- en regelgeving. Zo zijn de aansprakelijkheid en organisatie van een Duitse GmbH en een Nederlandse BV vergelijkbaar geregeld. Hierdoor is het voor Nederlandse bedrijven relatief eenvoudig om in Nederland van start te gaan.

Voor bepaalde sectoren kent Duitsland echter zeer specifieke regelgeving die aanzienlijk verschilt van de Nederlandse. De gevolgen hiervan kunnen groot zijn. Zo kan een bedrijf volgens Nederlands recht de meerderheid van stemmen hebben binnen een vennootschap, terwijl dat volgens het Duitse recht niet zo is.”


Begrip voor cultuurverschillen
De grootste struikelblokken in zaken doen met Duitsland vormen volgens Groenteman de verschillen in markt en cultuur. Groenteman: “Om goed op de Duitse markt te kunnen opereren is het dan ook van belang dat de Duitse taal wordt beheerst en er begrip is voor bestaande cultuurverschillen.

Bij conflicten stellen Nederlandse ondernemingen zich relatief flexibel op om tot een akkoord te komen. Duitse bedrijven stellen zich in het algemeen formeler op en zijn gewend de letter van de wet te volgen. Nederlandse bedrijven die zaken willen doen op de Duitse markt blijken het cultuurverschil overigens in het algemeen te herkennen.

Uit het onderzoek blijkt dat de helft van de ondernemingen die op dit moment actief zijn in Duitsland gebruik maakt van Duitse werknemers om de Duitse cultuur meer in het bedrijf te integreren. Ruim 10% kiest er bovendien voor om een Duitser een plek te geven in het bestuur van de onderneming en de Duitse cultuur op deze manier in de onderneming te verankeren.”

Bron: KPMG