Nationale focus

De focus van nationale wet- en regelgevers wijzigt met de komst van internationale standaarden als IFRS. Zo gaat de Raad voor de Jaarverslaggeving zich intensiever richten op de belangen van het midden- en kleinbedrijf. Martin Hoogendoorn, voorzitter van de Raad voor de Jaarverslaggeving: 'We nemen in de richtlijnen nu meer afstand van het volgen van de internationale standaarden.'

De Raad voor de Jaarverslaggeving stelt richtlijnen op waarop de ondernemersrechter bij geschillen gedrag kan toetsen. Er zijn ongeveer 200.000 Nederlandse bedrijven en instellingen die bij het opmaken van hun jaarrekening te maken hebben met de richtlijnen van Raad voor de Jaarverslaggeving. Accountants, analisten werknemers- en werkgeversorganisaties nemen zitting in de raad. 'We gaan onze aandacht nu meer richten op de specifieke wensen van het midden- en kleinbedrijf', laat Hoogendoorn aan Het Financieel Dagblad weten. Stem 'Onze richtlijnen waren voornamelijk op de grote internationale ondernemingen gericht. Het kleinbedrijf herkende zich daarom maar beperkt in onze aanbevelingen en volgde ze matig op.' De strategiewijziging van de Raad voor de Jaarverslaggeving betekent overigens niet dat de focus totaal naar binnen wordt gekeerd. 'We zullen ons minstens even intensief bezighouden met de beïnvloeding van de ontwikkeling van IFRS. Het is van belang dat Nederland bij de vorming van de internationale regels zijn stem blijft laten horen.' IFRS in het kort De balans in de richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving slaat vanaf heden uit naar de nationaal opererende ondernemingen. IFRS wordt daarbij slechts kort aangestipt. Het belang daarvan voor niet-beursgenoteerde bedrijven is immers, voorlopig althans, miniem. Hoogendoorn: 'In de richtlijnen voor kleine bedrijven zijn maar weinig invloeden van IFRS te herkennen. Waar in de IFRS standaard tien pagina's worden gewijd aan financiële instrumenten, is dat bij ons slechts tien regels.'