Hoewel de eerste sprankjes hoop nog vooral voorspellingen zijn in plaats van realiteit, lijkt de recessie door het dal te komen. Toch is daarmee het leed niet geleden, want was die recessie zelf niet eerder een gevolg dan een oorzaak?

In mijn vorige column schreef ik dat de eerste tekenen van een herstel van de economie zich hadden aangediend. Nu we twee maanden verder zijn, is er in de vooruitzichten nog niet veel veranderd. De voorspellingen op basis van indicatoren gaan nog steeds de goede kant uit, maar de reële economie toont nog geen daadkrachtige tekenen van herstel.

Een aantal bedrijfstakken staat nog een shake-out te wachten, vrees ik. Toch lijken we alweer aan de berichtgeving gewend. Geen grootse hervormingsplannen meer, geen meeslepende aanklachten tegen de huidige ordening van de samenleving. Alleen wat meer governance hier en daar, maar dat is in wezen toch vooral bedoeld om weer in de business as usual-modus te geraken. Of niet soms?

Maar ga in gedachten eens een stapje terug in de tijd. Niet meer dan een maand of tien. Toen we met een regelrechte financiële crisis aan deze zware economische recessie begonnen, hadden we andere crises aan ons hoofd: klimaat, water, energie en grondstoffen, om de belangrijkste maar te noemen. De huidige recessie is nog niet achter de rug, maar heeft al een enorme wissel getrokken op onze collectieve reserves.

De kans dat aan de komende crises met een paar miljarden het hoofd geboden kan worden, lijkt niet erg waarschijnlijk. Aan de vooravond van de impact van die ‘andere’ crises zijn we economisch verzwakt geraakt, zoveel lijkt duidelijk. Een houding van opluchting over de eerste goede berichten, als de zwaluwen die de zomer aankondigen, lijkt erg opportunistisch, zo niet ronduit dom.

De economische recessie heeft de geluiden van en voor verandering gesmoord. Bertolt Brechts cri de coeur: Erst das Fressen, dann die Moral – we hebben het dan over 1928! – lijkt nog niet veel aan kracht te hebben ingeboet.


DE NIEUWE SOBERHEID

Een van de veranderingsvoorstellen die de erosie hebben doorstaan, is het aanpassen van onze bestedingen. Minder besteden en meer sparen om ook op individueel niveau buffers op te bouwen. Een nieuwe soberheid: consuminderen heeft zelfs een eigen startpagina.

Het moet gezegd: de bestedingsdrift in de westerse wereld van de afgelopen decennia is de wortel gebleken van de meeste crises waarin we dreigen te verzeilen. Het is zeker een van de oorzaken achter de kredietcrisis. Maar rigoureus gaan snijden in het huishoudbudget is een dom idee. Stel u eens voor.

Bij het jaarlijkse feest van het opmaken van uw administratie gaat u de diverse posten eens kritisch bekijken vanuit de gedachte: Wat heb ik nu echt nodig om te overleven? Mensen met een laag inkomen zullen niet ver komen, maar de bovenmodalen onder ons zullen al gauw rond de 20 procent besparing uitkomen.

Stel voor het gemak dat we gemiddeld 10 procent kunnen minderen. Als we die lijst ook echt gaan uitvoeren, valt de vraag met 10 procent terug. Even een perspectief erbij: dat is meer dan de terugval van de huidige recessie! Het geld dat we overhouden kunnen we naar de bank brengen, maar als onze soberheidsvoornemens structureel blijven, zullen de investeringsmogelijkheden ook terugvallen, en dus de rente.

Bovendien: wie betalen deze rekening in de vorm van werkloosheid? Juist, de mensen met de lagere inkomens en de laagste buffers. Consuminderen is niet alleen dom, het is ook nog asociaal. Parallel aan de werkloosheid zorgt de loon-prijsspiraal ervoor dat de gemiddelde inkomens zullen dalen tot een nieuw evenwicht, waarop we gemiddeld ongeveer evenveel moeten inleveren als we in eerste instantie dachten te kunnen besparen.

Een soort selffulfilling prophecy dus, waarin we allemaal slechter af zijn, zonder dat er verstandig gestuurd is in ons bestedingsassortiment.


NIEUWE RONDE, NIEUWE KANSEN, NIEUWE SPELERS

Een veel beter perspectief wordt aangereikt door de duurzaamheidsgedachte. Niet terugvallen in de oude routines van de korte horizon, maar producten en diensten ontwikkelen die overeind blijven en mensen helpen als straks de volgende crises zich aandienen.

De Prius van Toyota werd aanvankelijk gekocht door bijna fanatieke natuurliefhebbers, maar nu houdt de Prius Toyota weg van de afgrond, omdat de tweede generatie kopers gewoon minder brandstof en belasting wil betalen.

Bovendien heeft Toyota de benodigde expertise opgebouwd en het merk verbonden met een schonere wereld. En dat niet op een utopische manier, met een afzichtelijk gedrocht op zonnecellen, maar met behoud van functionaliteit en comfort. Is dat zo moeilijk?

Ja, dat is moeilijk, want het doorbreekt het ‘of-of’-denken (of zuinig, of comfortabel en snel) en is een voorbeeld van ‘en-en’-denken. Dat wil zeggen, we moeten niet vertrouwen op onze routine, maar juist daarbuiten durven stappen. Laatst kwam ik daarvoor een passende uitdrukking tegen: Iedereen zei dat het niet kon, tot er iemand langskwam die dat niet wist.

In vrijwel elke bedrijfstak zijn voorbeelden te vinden van initiatieven die duurzaam zijn in termen van milieu, energie en materiaalgebruik. Dan bedoel ik niet de ‘slimme’ ondernemers die gebruikmaken van allerlei subsidies en ruilsystemen om de oude vertrouwde producten te versieren met een groen randje en die een hoop verbaal geweld produceren op hun website.

Dan gaat het om initiatieven die echt verschil maken en mensen de kans geven om de kwaliteit van leven zo veel mogelijk in stand te houden in een wereld die met steeds meer mensen gedeeld moet worden. Ten principale gaat duurzaamheid immers om respect voor mensen, en niet om het leegschudden van klanten.


Prof . dr. A.N.A.M. Boo ns RA is hoogleraar financieel management aan de Rotterdam School
of Management van de Erasmus Universiteit en directeur van de faculteit Economie & Management van de Hogeschool Utrecht