Wie weinig verwachtingen zaait, oogst ook nauwelijks teleurstellingen. Slim dus van Marco van Basten om met een 'low profile' aan het WK te beginnen. Maar of zijn voorbeeld navolging verdient in het bedrijfsleven?

De prestaties van het Nederlandse elftal op het WK houden niet over. Maar het publiek is tevreden. We hadden namelijk niets verwacht, dus applaudiseren we voor elke geslaagde actie en juichen we voor elk doelpuntje.

Dat is wel eens anders geweest. Sinds 1974 was Oranje in onze ogen bij zo'n beetje alle kampioenschappen favoriet. En de opschepperige trainers en brallerige spelers klopten onze hooggespannen verwachtingen nog eens extra op. "I'm so mean I make medicine sick", zei de bokser Mohammed Ali ooit, in een poging zijn tegenstander te imponeren. Het had het credo van het Nederlands elftal kunnen zijn. Ze speelden met bluf en met flair. Helaas vergat Nederland nog wel eens dat je eerst moet winnen voordat je de beker mee naar huis mag nemen.

Marcdo van Basen heeft radicaal een einde gemaakt aan die favorietenrol. Nog nooit deden deskundigen van tevoren zo schamper over het Nederlands elftal (te jong, te onervaren), nog nooit was het publiek zo weinig hoopvol gestemd. En nog nooit waren de spelers zo bescheiden. De spelers van het huidige Nederlandse elftal gedragen zich niet als sterren, op het veld, nog daar buiten. Een speler als Cruyff of Gullit, die een grote balbeheersing paart een al bijna even grote mond ontbreekt. Het Nederlandse elftal is een hecht team, en presenteert zich ook als zodanig. 'Underpromising', daarin zijn ze gedrild door Marco van Basten. De spelers werken hard, zonder zichzelf op de borst te kloppen. We mogen niet te veel van hen verwachten. En als ze eens goed presteren, dan is dat de verdienste van de hele ploeg. Het Nederlandse poldermodel leeft voort in Oranje.

Het is een houding die menig financieel manager ook heeft. De rots in de branding van het bedrijf, beetje stug maar door en door betrouwbaar. Iemand die goed kan rekenen en op wie je kunt rekenen. Beetje saai ook. Gerespecteerd maar niet erg geliefd. Dat type. Het type dat ook altijd wordt overgslagen als er weer eens een baantje te vergeven valt: te goed in z'n werk om te ontslaan, maar te kleurloos om hogerop te komen. Iemand die je nodig hebt in je team, maar als je team alleen maar dat soort mensen bestaat, kun je net zo goed meteen je faillissement aanvragen.

Je hebt ook extraverte, vrolijke, blufferige raardoeners nodig, die het bedrijf in- en extern kunnen profileren. Je moet verwachtingen wekken, ook al kun je die misschien niet helemaal waarmaken. Dan presteer je maar eens ondermaats; wie te stil en bescheiden is, valt helemaal niet op. Concurrenten worden niet afgeschrikt, klanten lopen het bedrijf voorbij. Zonder bluf red je het niet als bedrijf. Als voetbalelftal ook niet, trouwens.