De faillissementswet wordt herzien. Eindelijk. Maar de voorstellen voor revisie van de wet stemmen niet optimistisch.

Hoe kun je ondernemerschap stimuleren? In Nederland wordt van overheidswege vooral geprobeerd om innovatie aan te zwengelen. Meer starters, het liefst zo 'high tech' mogelijk, en alles zal reg kom - zo is de gangbare gedachte. Het is jammer van al die honderden miljoenen die verdwijnen in de bodemloze putten van innovatieplatforms en biotechfondsen, maar het effect is gering. Die innovatieve ondernemers zijn namelijk vaak wel innovatief, maar zelden ondernemend. Veel verstand van techniek, weinig van marketing, personeelsbeleid en al die andere weinig vernieuwende maar o zo belangrijke activiteiten.

Nee, daarvoor moeten we terecht bij doorgewinterde ondernemers. Door hen te stimuleren, zou de overheid het ondernemerschap in Nederland  pas echt een steun in de rug kunnen geven. Maar dat gebeurt niet, althans niet op de schaal dat 'innovatie' wordt gestimuleerd. Sterker nog, de Nederlandse overheid remt ervaren ondernemers vaak af.

Neem de faillissementswet. Het is een welbekend feit dat ondernemers die ooit failliet zijn gegaan, meestal geweldig presteren als ze dat faillissement eenmaal te boven zijn gekomen. Ze hebben geleerd van hun fouten, ze willen de wereld laten zien dat ze wel degelijk wat kunnen bereiken, ze zijn vastbesloten hun tweede kans te verzilveren. Biedt hun ruim baan, overheid, zou je zeggen.

Maar nee: de faillissementswet steekt zo in elkaar dat iemand die failliet gaat maar heel moeilijk opnieuw kan beginnen. De meeste schuldeisers kunnen naar hun geld fluiten als een ondernemer failliet gaat, behalve de fiscus, de bedrijfsvereniging en de banken. Het gevolg is dat die ondernemer veroordeeld wordt tot een bestaan als een soort levend lijk. Zijn oud-leveranciers en andere zakelijke relaties willen niet meer met hem te maken hebben. "Die man? Daar krijg ik nog geld van." Hoe kan de failliet gegane ondernemer dan ooit zijn rentree maken? Hij is afgeschreven. Ten onrechte, door eenrare wettelijke weeffout.

Een nieuwe wet, waarin de positie van die 'non-preferente, concurrente crediteuren' versterkt wordt is dus van harte welkom. Nu is er een nieuw wetsvoorstel in de maak, dat bedoeld is om de positie van de concurrente crediteuren te versterken. Maar vreemd genoeg hoopt de de commissie-Kortmann, die aanstuurt op een wetswijziging, dit doel te bereiken door de positie van de curator te versterken. Terwijl er een veel effectievere manier is: zorg dat de preferente schuldeisers een stapje terug doen.

De overheid kan in elk geval het goede voorbeeld geven. Laat de fiscus afzien van haar claims op de failliete ondernemer, laat ze de belastingschuld kwijtschelden. Het geld dat de fiscus nog tegoed heeft, kan dan naar de leveranciers en andere concurrente crediteuren. De failliete ondernemer kan na zijn faillissement de draad weer oppikken, als uit de dood herrezen. Het ondernemerschap krijgt een geweldige impuls; de subsidies voor innovatie kunnen worden geschrapt, want waarom zou je nog langer dweilen met de open innovatiekraan met zo veel gelouterde ondernemers?