Het Ahold-proces is begonnen. De verdachten hebben in de pers al laten weten dat ze onschuldig zijn, oud-topman Cees van der Hoeven munt zelfs uit in nietszeggendheden. Alleen Michiel Meurs zwijgt.

Je bent Michiel Meurs. Je was ooit een van de meest gevierde financiële hotshots van Nederland. De weg naar de top is lang geweest. Maar nadat je je door de ene taaie opleiding na de andere had heen gewerkt, jarenlang je vrije tijd had opgeofferd, je gezin had verwaarloosd, was het je gelukt: Chief Financial Officer van Ahold. En wie weet, dacht je toen, liggen er nog hogere pieken in het verschiet. Was Cees van der Hoeven niet ook eerst CFO geweest? Niet aan denken, dacht je toen. Goed je best doen. Hard werken. Trouw zijn aan Cees. Volledig consolideren die joint-venture. Tekenen die sideletter. Cees wil het. En Cees' wil is wet. Lang geleden. Maar zo is het toch gegaan? Zo kon het toch gebeuren dat jouw handtekening onder alle vier de sideletters staat, en Van der Hoeven slechts eentje ondertekende? En dat die brieven werden achtergehouden voor de accountant? Je deed het toch allemaal in zijn opdracht? Zoiets zou je toch nooit buiten hem om doen? Ach, je weet het ook niet meer precies. Al dat harde werken, dat herinner je je goed. En de successen. Maar die lullige sidelettertjes: ach, schoonheidsfoutjes waren het. Er is geen koe zo bont of er zit wel een vlekje aan. Niet de moeite van het herinneren waard. Meer indruk dan die sidelettertjes heeft het mediaoptreden van Cees van der Hoeven gemaakt. En dan vooral toen hij jou ten overstaan van televisiekijkend Nederland de hele schuld voor de fraude bij Ahold in de schoenen leek te schuiven. Was je Van der Hoeven al die tijd zo trouw geweest? Over stank voor dank gesproken. Zelfs bij de maffia planten ze het mes niet zo grif in elkaars rug. Maar ja, je bent Michiel Meurs. Eens onkreukbaar, altijd onkreukbaar. Eens volgzaam, altijd volgzaam. Dus liet je Van der Hoeven maar begaan. En je gedienstigheid heeft zijn vruchten afgeworpen. Van der Hoeven maakt je in elk geval niet meer zwart. "We zien elkaar nog regelmatig", zei Van der Hoeven op de eerste dag van het proces zelfs opgewekt. "Nou ja, het is niet zo dat we feestjes bouwen en de deur bij elkaar platlopen, maar we gaan elkaar ook niet uit de weg." En hij gaf je zelfs hartelijk de hand. Weer eens iets anders dan een Judas-kus, ging het door je heen. Je had kunnen zeggen dat Van der Hoeven wel de laatste was die je wilt zien, en al helemaal niet 'regelmatig', en dat je niemand liever uit de weg gaat dan hem. Maar je zei niets. Je zweeg. Je bent Michiel Meurs: een heer die in het zakenleven is verdwaald.