2006 zal de geschiedenis in gaan als het jaar waarin private equity-firma's zich invochten in het Nederlandse bedrijfsleven. De meningen over deze 'sprinkhanenplaag' zijn verdeeld. Vreemd genoeg zouden de private equity-partijen zelf eigenlijk fel tegen moeten moeten zijn.

Dit jaar evenaren fusies en overnames in Europa het record van 1999 met een totaalbedrag van 1.200 miljard dollar. De drijvende krachten zijn niet alleen de hoge economische groei en de gezonde bedrijfswinsten, maar ook de lage rente.

We zien dit bij de private equity-fondsen. De hoeveelheden geleend geld die zij gebruiken voor hun beleggingen nemen duidelijk toe. 'Leveraged' buy-outs, buy-ins en wat dies meer zij zijn aan de orde van de dag.

Deze trend is voorlopig niet voorbij, zo blijkt uit onderzoek van de financier Alpinvest. Pensioenfondsen en verzekeraars onttrekken steeds meer middelen aan hun genoteerde beleggingen investeren meer in private equity vanwege de superieure rendementen. Over tien jaar wordt 40 procent van alle in aanmerking komende overnames gedaan door private equity-partijen. Het kapitaal voor bedrijfopkopers verdriedubbelt in die periode naar verwachting tot 2.850 miljard dollar. De aankoopkracht van private equity is echter nog groter doordat bij elke overname 70 procent van de aankoopprijs geleend wordt. Door deze 'leverage' kunnen zelfs de grootste bedrijven in handen komen van private investeerders. Het beproefde recept is dan: het bedrijf opslitsen. En dan maar hopen dat de private equity-firma de overgenomen delen tot een hogere waarde kan opzwepen (zie de verwikkelingenen rondom VNU, Stork en nu ASMI).

Vreemd is het wel dat een overname door een private equity-firma tot waardevermeerdering kan leiden. Hoe boek je namelijk goede resultaten? Juist: door te doen waar je goed in bent. En dat betekent dat je je beperkt tot waar je goed in bent. Niet 'alles voor iedereen' willen doen, maar een paar zaken voor een duidelijk afgebakende doelgroep. Het is een les die de private equity-bedrijven ogenschijnlijk goed kennen en steeds weer opdreunen (ze wijzen Stork er keer op keer op dat het te breed georiënteerd is en dat er te weinig synergie zou bestaan tussen de verschillende divisies).

Maar merkwaardig genoeg betrekken ze dit 'schoenmaker blijf bij je leest' niet op zichzelf. Veel private equity-fondsen steken hun geld tenminste net zo lief in hightechbedrijven als in de biotech, en net zo lief in uitgeverijen als in telecommaatschappijen. Voor zover ze een specialisatie hebben, dan is het de levensfase waarin bedrijven verkeren (en in het algemeen deinzen ze terug voor vroege-fasefinancieringen). Hoe moeten deze private equity-fondsen dan blijvend hoge rendementen behalen, als ze zelf zo gediversifieerd zijn? Ze zouden eigenlijk fel tegen zichzelf in opstand moeten komen.