De gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen was per 31 december 2013 gelijk aan 109%, een daling van één procentpunt ten opzichte van eind november. De gemiddelde dekkingsgraad is over geheel 2013 gezien aanmerkelijk gestegen: van 102% op 31 december 2012 naar 109% op 31 december 2013.


Met deze dekkingsgraad voldoen pensioenfondsen gemiddeld gezien aan de minimaal vereiste dekkingsgraad van 104,3%. Dat blijkt uit de Pensioenthermometer van Aon Hewitt, wereldwijd marktleider in human-resourcemanagement, consultancy en outsourcing, die dagelijks de hoogte van de gemiddelde dekkingsgraad bijhoudt.

Waarde verplichtingen toegenomen

Voor de bepaling van de waarde van de verplichtingen moet uitgegaan worden van de driemaands gemiddelde markrente met Ultimate Forward Rate (UFR). Deze driemaands gemiddelde rente is licht gedaald in december. Dit heeft een stijging van de waarde van de verplichtingen met 0,7% tot gevolg. Deze stijging van de verplichtingen zorgt voor een daling van de dekkingsgraad van ongeveer 0,7 procentpunt.

Vermogen pensioenfondsen gedaald
Het gemiddelde vermogen van de Nederlandse pensioenfondsen is in december afgenomen met afgerond 0,6%. Obligaties werden door de stijging van de marktrente 1,7% minder waard. Daarnaast zijn de aandelenkoersen wereldwijd licht in waarde gestegen. Wel is er een duidelijk regioverschil te zien: in westerse landen zijn aandelen met ruim 1% in waarde gestegen, terwijl aandelen in opkomende markten bijna 3% in waarde zijn gedaald. Omdat pensioenfondsen meer investeren in obligaties dan in aandelen, heeft de waardestijging van aandelen de waardedaling van obligaties niet kunnen compenseren.

Halverwege december was de gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen twee procentpunt gedaald ten opzichte van eind november. In de tweede helft van december hebben de pensioenfondsen zich dus deels kunnen herstellen van deze daling.

Ook al is de dekkingsgraad in 2013 met gemiddeld zeven procentpunt gestegen ten opzichte van eind december 2012, de stijging kan per pensioenfonds variëren tussen vijf en negen procentpunten. Dit is met name afhankelijk van de verhouding tussen aandelen en obligaties binnen het totaal vermogen, maar ook in hoeverre pensioenfondsen het renterisico hebben afgedekt.

Mogelijk 35 fondsen korten
Van de tien grootste pensioenfondsen in Nederland leken er eind november nog vier in de gevarenzone te verkeren. De dekkingsgraad van pensioenfonds ABP en het pensioenfonds voor de Grafische Bedrijven komt uiteindelijk toch net boven de minimaal vereiste dekkingsgraad uit, zodat zij net als zes andere grote pensioenfondsen niet hoeven te korten.

“De pensioenfondsen PME en PMT lijken de dans niet te kunnen ontspringen. Zij zullen naar onze inschatting eind december 2013 niet de minimaal vereiste dekkingsgraad bereikt hebben,” aldus Frank Driessen, Chief Commercial Officer bij de afdeling Retirement & Financial Management van Aon Hewitt. De (voormalige) werknemers binnen de metaalsector moeten in beginsel rekening houden met een (aanvullende) korting van hun opgebouwde pensioen per 1 april 2014 van zo’n 1%.

Een groot aantal pensioenfondsen heeft begin 2013 de verwachting uitgesproken per 1 april 2014 te moeten korten. “Ondanks de stijging van de dekkingsgraden in 2013, verwachten wij dat er toch nog 30 tot 35 pensioenfondsen genoodzaakt zijn om per 1 april een korting door te voeren,” stelt Driessen. “Wij denken dat de maximale korting een kleine 10% bedraagt.”

Debet hieraan is dat bij de vaststelling van de dekkingsgraad de zogenaamde driemaands middeling van de rente moet worden toegepast. Deze gemiddelde rente ligt momenteel lager dan de daadwerkelijke marktrente. Volgens Driessen zouden Pensioenfonds PME en Pensioenfonds PMT mogelijk net niet hoeven te korten indien de overheid zou besluiten tot afschaffing van de kunstmatige driemaands middeling van de rente.

Bron: Aon Hewitt