De belangrijkste punten uit de Miljoenennota voor ondernemers.

Tijdens de troonrede op Prinsjesdag Koning Willem-Alexander noemde ondernemers onmisbaar voor de Nederlandse economie. Hij zei het tragisch te vinden dat veel ondernemers na de coronapandemie nu opnieuw in de problemen raken. “Het is een hard gelag dat zoveel bedrijven nu opnieuw met grote problemen te maken krijgen vanwege enorme kostenstijgingen. Zeker in het midden- en kleinbedrijf, dat zo belangrijk is voor ons land, hebben veel ondernemers het moeilijk.”

Wie op grond van deze woorden verwacht dat de er een greep in de staatskas wordt gedaan om het ondernemerschap in het midden- en kleinbedrijf te stimuleren, komt echter bedrogen uit. Sterker nog de belastingdruk voor ondernemers neemt juist toe.

De belangrijkste punten:

Vpb: tarief omhoog, eerder belast

Ondernemers worden geconfronteerd met een stevige verhoging in de vennootschapsbelasting (oftewel 'winstbelasting'). De afgelopen jaren is het lage tarief in de Vpb teruggeschroefd van 19% naar de huidige 15%. Met ingang van 2023 stijgt dit in één keer van 15% naar 19%.

De winstgrens waarvoor dit lage tarief geldt is in het verleden omhooggegaan om het ondernemersklimaat aantrekkelijker te maken (van € 200.000 naar € 395.000 dit jaar). Die trend wordt op Prinsjesdag gebroken. In de Voorjaarsnota is al besloten om de winstgrens voor het lage tarief weer terug te zetten naar € 200.000 vanaf 2023. Dit betekent dus dat BV’s van ondernemers eerder in het hoge Vpb-tarief terechtkomen (25,8%).

DGA: gebruikelijk loon omhoog

De regels over het gebruikelijk loon van de directeur-grootaandeelhouder worden aangescherpt. Voor DGA geldt bovendien ook dat de regels voor het bepalen van het gebruikelijk loon worden aangescherpt. De DGAa mag het salaris voor de loonaangifte nu stellen op 75% van het loon van iemand in de ‘meest vergelijkbare dienstbetrekking’. In de Voorjaarsnota is al bepaald dat dit vanaf 2023 naar 85% moet zijn. In veel gevallen zal dit voor de DGA tot een hoger gebruikelijk loon leiden, en dus tot een hogere belastingrekening.

Box 2 IB: twee schijven

In box 2 van de inkomstenbelasting maakt het huidige tarief van 26,9% plaats voor twee tarieven: 24,5% voor winstuitkeringen tot €67.000 en 31% voor alles wat daarboven uitstijgt. Dit moet ertoe leiden dat DGA's eerder dividend uitkeren.

Het box 2-tarief is ook van belang in verband met het wetsvoorstel dat excessieve leningen van DGA’s bij hun eigen BV’s moet aanpakken. Schulden boven een grens van € 700.000 zijn vanaf eind 2023 namelijk belast als inkomen uit aanmerkelijk belang.

Zelfstandig ondernemen minder aantrekkelijk

Er komt een snelle afbouw van de zelfstandigenaftrek. Oorspronkelijk zou dit belastingvoordeel voor onder meer zzp’ers in 2036 zijn afgebouwd tot € 3.240. Maar nu is het de bedoeling dat de aftrek in 2027 nog maar € 900 bedraagt.

Het is voor ondernemers die onder de inkomstenbelasting vallen vanaf 2023 niet meer mogelijk om aan de oudedagsreserve toe te voegen. Bestaande oudedagsreserves kunnen nog wel volgens de huidige regels worden afgewikkeld.