Topbestuurders vrezen dat zij door de strengere regels voor corporate governance minder tijd zullen overhouden voor de strategische en operationele zaken van hun onderneming.

Dat blijkt onder andere uit onderzoek van consultancybedrijf A.T. Kearney naar de invloed van de code-Tabaksblat en de Amerikaanse Sarbanes-Oxley- wet op het bestuur bij beursgenoteerde ondernemingen. De bestuursvoorzitters verwachten dat de vergaderingen met hun collega's in de Raad van Bestuur en met de commissarissen grotendeels gewijd zullen zijn aan het maken van systemen voor het naleven van de regels en de controle. Bestuurders en directeuren hebben schriftelijk moeten laten vastleggen hoe ze met elkaar omgaan en wie waarvoor verantwoordelijk is. Daarnaast blijkt dat bestuurders notulen laten maken van hun gesprekken met de accountants. Er wordt een enorme bureaucratie gecreëerd om goed gedrag af te dwingen. Bestuurders zouden nauwelijks toekomen aan de gesprekken over strategische en operationele zaken van het ondernemen.