Sinds het uitbreken van de coronacrisis zijn Nederlanders meer geld gaan sparen.

Begin vorig jaar hadden spaarders in totaal 362 miljard euro opgepot. Dat is 32 miljard euro meer dan een jaar eerder, maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bekend. Door de lockdowns hadden mensen minder mogelijkheden om op vakantie te gaan, of bijvoorbeeld geld uit te geven in winkels of de horeca.

Tussen 2019 en 2020 bedroeg de toename zestien miljard euro, in de jaren daarvoor namen de spaartegoeden minder hard toe. Vorig jaar had een huishouden gemiddeld 46.300 euro aan bank- en spaartegoeden. Ruim een op de tien huishoudens had minimaal een ton aan bank- en spaartegoeden. Dat zijn 877.000 huishoudens, ruim 100.000 meer dan een jaar eerder.

Volgens het statistiekbureau neemt sinds 2014 het aantal huishoudens met minimaal een ton op de bank toe.

Bijna zes op de tien uitkeringsontvangers had afgelopen jaar maximaal 2500 euro aan spaartegoeden. Ruim een vijfde had tussen de 2.500 en 10.000 euro. Een klein deel van de uitkeringsontvangers, drie procent, had bank- en spaartegoeden van minstens een ton. Dit zijn vooral arbeidsongeschikten en werklozen.

Onder gepensioneerden en zelfstandigen komen hoge bank- en spaartegoeden vaker voor. Zo'n veertien procent van de zelfstandigen en zeventien procent van de gepensioneerden had minimaal een ton op de bank.