Meer 'assurance' door de externe accountant? Een gezonde discussie

Naarmate onze samenlevingen sneller veranderen, mondialiseren en aan complexiteit winnen, nemen de kansen, maar ook de risico's voor onze ondernemingen toe. Het is daarom begrijpelijk dat ook de vraag naar assurance rond risicomanagement groeit.

Deze roep om externe waarborgen aangaande het risicomanagement van een bedrijf klinkt door de kredietcrisis natuurlijk nog luider. Er is een kloof gegroeid tussen de aanzwellende vraag naar risicomanagementassurance en de feitelijke assurance die onafhankelijke derden nu leveren.

Helaas onderkent niet iedereen deze kloof. Wanneer schade ontstaat omdat het risicomanagement van een onderneming tekortschoot, komt de klap des te harder aan. Het is belangrijk dat we deze kloof dichten. Externe accountants vormen een van de partijen die in de vraag naar meer assurance over risicobeheer zouden kunnen voorzien.

De accountant geeft nu in zijn verklaring assurance ten aanzien van de externe (financiële) verslaggeving. Veel accountantskantoren beschikken echter ook over de nodige kennis en ervaring op andere risicogebieden, bijvoorbeeld operationele en financiële risico’s – gebieden die niet gedekt worden door de huidige assurance over verslaggeving.

Het is zinvol dat wij als beroepsgroep hierover de discussie aangaan. Met ondernemingen, hun aandeelhouders en commissarissen; met toezichthouders; met de politiek en de samenleving. In deze dialoog moeten we mijns inziens wel een aantal uitgangspunten duidelijk formuleren.

Allereerst: de huidige accountantsverklaring bij de jaarrekening dekt de maatschappelijke, steeds bredere vraag naar assurance aangaande risicobeheer slechts in beperkte mate. Het is voor marktpartijen verleidelijk – zeker achteraf, wanneer er iets mis is gegaan – om meer ‘assurancekracht’ aan de accountantsverklaring toe te kennen dan deze verklaring thans biedt.

Dat is uiteraard geen constructief startpunt voor de dialoog. Verder zou het ongezond zijn om ons alleen te concentreren op de rol van de externe accountant. Ook toezichthouders, commissarissen, institutionele beleggers, interne auditors en externe certificerende instanties (kredietbeoordelaars, agentschappen voor voedselveiligheid etc.) kunnen en moeten hierbij – ieder op zijn eigen wijze – een belangrijke rol spelen.

Verder moeten we onderkennen dat het voor externe accountants moeilijk zal zijn om over aanvullende risicogebieden assurance te geven, indien dat hun eigen aansprakelijkheidsrisico onevenredig verhoogt. Proportionaliteit in aansprakelijkheid en bescherming of vrijwaring voor de externe accountant die te goeder trouw en zorgvuldig tot een opinie komt, zal binnen de beroepsgroep de animo voor een uitbreiding van de assurancetaken zeker verhogen.


NORMEN

Tot slot, ‘the devil is in the detail’ bij de beantwoording van een essentiële vraag: welke normen moet de externe accountant hanteren bij het vaststellen van zijn assuranceoordeel? Het is heel belangrijk dat zo goed mogelijk vastgelegd wordt welke aanvullende assurance een externe accountant bij welke onderneming op welke wijze verstrekt.

De commissie-Maas stelt bijvoorbeeld voor dat de externe accountant zich een ‘grondig oordeel’ vormt over het ‘feitelijk functioneren’ van de governance van banken en zijn conclusies hierover deelt met RvB en de RvC. Dat klinkt sympathiek, maar de praktische invulling daarvan zal nog niet zo simpel zijn.

En laten we één ding vooral niet vergeten: risico nemen is inherent aan ondernemerschap en welbeschouwd ook de essentie van waardecreatie. Het doel van risicomanagement is dan ook niet om risico’s te elimineren, maar om ze dusdanig te beheersen dat manifestaties van die risico’s de continuïteit van de desbetreffende organisatie niet in gevaar brengen.


PIETER JONGSTRA is managing partner Ernst & Young in België en Nederland