De globalisering heeft de American Dream doorkruist. Ge-offshored werk wordt niet vervangen door hoogwaardiger werk en het werk van hoogopgeleiden staat onder druk. De middenklasse zit klem tussen ambitie en vrees.


De hoogleraren Phillip Brown, Hugh Lauder en David Ashton hebben ongeveer tweehonderd interviews gehouden met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en de ambtenarij in Amerika, Groot-Brittannië, China, Duitsland, India, Singapore en Zuid-Korea. Hun conclusie, neergelegd in het boek The Global Auction – The Broken Promises of Education, Jobs, and Incomes, is dat globalisering meer negatieve gevolgen heeft dan gedacht. Ze vergelijken hun boodschap met Al Gores Inconvenient Truth.

Volgens de auteurs is stijgen op de sociale ladder, dankzij beter onderwijs, betere banen en hogere inkomens, niet meer mogelijk. Het geloof in het oneindige potentieel om door onderwijs middenklassebanen te scheppen lijkt op een religie en is volgens de auteurs eerder een sprookje te noemen.

Zij behandelen vooral de American Dream, maar geven aan dat iets dergelijks geldt voor het Westen als geheel. Dit komt doordat de marktwaarde van werknemers niet langer op lokaal of nationaal niveau wordt bepaald, maar op een wereldwijde veiling. Deze veiling verzwakt de arbeidsmarktpositie van menig manager, professional en technicus. Een beroep als accountant, hoogleraar, ingenieur, advocaat en IT’er vertelt volgens de auteurs niets meer over inkomen, baanzekerheid of loopbaanmogelijkheden.

De veiling zelf is een ‘reversed auction’ gebleken: doe meer voor minder. Hierbij zijn beursgenoteerde bedrijven geneigd gebruik te maken van de wereldwijde loonverschillen. De auteurs halen cijfers aan van Robert Scott, waaruit zou blijken dat er in de VS in de periode 2001-2007 ongeveer 2,3 miljoen banen verloren zijn gegaan als gevolg van het handelsbalanstekort met China.
__________________________________________________________________________________
Toe aan nieuwe uitdaging?
Finance.nl is met alle vacatures en de top-bedrijven in Nederland, dé nummer 1 vacaturesite voor finance professionals. Voor controllers, accountants,  administrateurs en financieel managers. Vind uw droombaan op Finance.nl  en plaats uw CV in de CV-databank om door werkgevers gevonden te worden.
__________________________________________________________________________________

Volgens de auteurs zijn opkomende markten in staat gebleken de westerse landen in een aantal decennia voorbij te streven. In deze snelgroeiende markten is een arbeidsreservoir gekweekt van relatief goed opgeleide en goedkope arbeidskrachten, ‘high skill, low-wage’. Niet langer ‘lowskill, low-wage’, maar de banen waar de middenklasse normaliter voor in aanmerking komt, de ‘hi-tech, highvalue’- werkgelegenheid.

De aanwezigheid van een leger aan goedkope kenniswerkers zal de welvaart van het Westen blijvend bedreigen, stellen de auteurs. Daarmee houdt de aloude belofte in het Westen dat je een goede baan kunt krijgen als je maar doorleert, niet langer stand. De vraag naar managers en professionals is namelijk lager dan gedacht. De cijfers wijzen uit dat de inkomens van afgestudeerden aan de universiteit in Amerika sinds de jaren zeventig niet zijn toegenomen. Wel zijn Amerikanen geconfronteerd met langere werkdagen, minder loopbaanmogelijkheden, lagere pensioenen, beperktere ziektekostenverzekeringen en grotere baanonzekerheid.

Amerikanen zonder hogere opleiding zijn er in de periode 1973-2005 nog meer op achteruitgegaan. De enige winnaar is een kleine, van de topuniversiteiten afkomstige minderheid die zich wel heeft kunnen plaatsen voor de betere banen. Globalisering werkt positief voor de toppers en negatief voor degenen die geen toppers zijn. Dit komt doordat de voorstanders van een kenniseconomie ongelijk hebben gekregen. Als kennis de belangrijkste bron van economisch succes is voor een bedrijf, zal het er volgens de auteurs immers niet meer voor willen betalen, maar juist minder.

Te vaak is gedacht dat R&D en andere vormen van hoogwaardige werkgelegenheid alleen in het Westen konden plaatsvinden. De opkomende markten zouden de fabrieken zijn, terwijl het denkwerk in het Westen zou plaatsvinden. Dat is een valse en neokoloniale veronderstelling gebleken.

Volgens Brown, Lauder en Ashton zijn er vier krachten werkzaam die leiden tot toenemende concurrentie. In de eerste plaats is er de grote participatie in het hoger onderwijs. Zo is wereldwijd het aantal studenten aan een universiteit in tien jaar tijd verdubbeld. De concurrentiestrijd om de schaarse goed betaalde banen neemt daarmee alleen maar toe. Menselijk kapitaal lijdt onder de wet van afnemende meeropbrengsten. Als iedereen een hogere opleiding heeft of harder werkt, heeft niemand er voordeel bij: dan is alleen de lat blijvend hoger gelegd.

In dat opzicht is er volgens de auteurs sprake van een democratisering van de baanonzekerheid. In de tweede plaats is er een kwaliteit- kostenrevolutie gaande, met stijgende productiviteit en kwaliteitsstandaarden als gevolg van de toepassing van ‘best practices’ in snelgroeiende markten.


####


Concurrentie vindt niet plaats niet op prijs of kwaliteit, maar op prijs en kwaliteit. De derde factor is de opkomst van het ‘digital Taylorism’. Hierbij zijn vooral de banen waar fysiek klantcontact niet noodzakelijk is in het geding, doordat handelingen kunnen worden opgeknipt en gestandaardiseerd.

De autonomie van de professional neemt af, controle en kostenbeheersing nemen toe. Vooral diensten kunnen snel worden verplaatst, en laat die sector nou net de schone werkgelegenheid vormen waar menig land zich op richt. De auteurs leveren cijfers van Alan Blinder waaruit zou blijken dat tussen de 22 en 29 procent van de banen in de Amerikaanse dienstensector ge-offshored kan worden zonder kwaliteitsverlies. Zonder de ICT-ontwikkelingen is dit uiteraard allemaal niet mogelijk.

In de vierde plaats heeft de war for talent grote inkomensongelijkheid tot gevolg. Met het aanbod van goed opgeleide krachten is het voor Amerikaanse bedrijven alleen maar aantrekkelijk geworden om te werven vanuit de topuniversiteiten. De topuniversiteiten maken voor bedrijven de eerste selectie uit het overaanbod aan hoog opgeleide arbeidskrachten. Toelating tot een topuniversiteit is immers al een eerste proeve van bekwaamheid en dat scheelt weer in het rekruteringsproces.

Voor topuniversiteiten zijn allianties met bedrijven weer aantrekkelijk in hun positionering, zodat het mes aan twee kanten snijdt. De inkomensverschillen binnen de middenklasse nemen daarmee toe. Zo bedroeg in 1970 het inkomen van een CEO in de Fortune 100 nog 39 maal het salaris van een gemiddelde werknemer, aan het eind van de jaren negentig was dit opgelopen tot 1.000 maal. Deze vier krachten zorgen ervoor dat veel hoog opgeleide Amerikanen onderdeel worden van een ‘high-skill, low-wage’-beroepsbevolking.

Waar voorheen gezegd werd dat met de werknemers het kapitaal het bedrijf uit liep, is de machtsverhouding tussen werknemers en werkgevers nu verschoven naar de werkgevers. Wel blijft onderwijs vanuit defensief oogpunt van groot belang. Zonder opleiding is de kans op een fatsoenlijk leven kleiner. In deze ontwikkelingen zien de auteurs ook het ongelijk van het neoliberale marktdenken. Ze wijzen erop dat snelgroeiende markten als China het onderwijssysteem koppelen aan nationale economische ontwikkeling.
__________________________________________________________________________________
Toe aan nieuwe uitdaging?
Finance.nl is met alle vacatures en de top-bedrijven in Nederland, dé nummer 1 vacaturesite voor finance professionals. Voor controllers, accountants,  administrateurs en financieel managers. Vind uw droombaan op Finance.nl  en plaats uw CV in de CV-databank om door werkgevers gevonden te worden.
__________________________________________________________________________________

Terwijl studenten in het Westen kiezen voor soft skills-richtingen, omdat de banen er toch wel zouden zijn, kiezen studenten in opkomende markten vaker voor techniekgerelateerde opleidingen. Staatskapitalisme heeft zo zijn voordelen. Bovendien zijn echte technologische doorbraken afkomstig geweest van projecten gefinancierd met publieke middelen, zodat ook in dit opzicht de opkomende markten meer gaan domineren.

De auteurs geven een aantal mogelijkheden aan om vooruitgang te boeken – protectionisme hoort hier niet bij. In de eerste plaats ontstaan er kansen door nieuwe bronnen van economisch voordeel aan te boren. In de tweede plaats door een meer solidaire samenleving. Onderwijs moet erop gericht zijn dat betrokkenen een bijdrage kunnen leveren aan het in stand houden van de samenleving. Kwaliteit van leven is hierbij een kernbegrip. Tot slot moeten kortetermijnbonussen beperkt worden om de kostenfocus van organisaties te beperken, zodat een visie op de langere termijn mogelijk is.

Politicoloog en scenarioplanner Marc Suters is werkzaam bij Ernst & Young. Hij schreef dit artikel op persoonlijke titel. The Global Auction – The Broken Promises of Education, Jobs, and Incomes is geschreven door Phillip Brown, Hugh Lauder en David Ashton en uitgegeven door Oxford University Press ISBN 978-0-19-992644-2