Managers beleven heel andere realiteit dan grote bazen.

Vier op de vijf C-level executives (82 procent) is ervan overtuigd dat zijn of haar bedrijf er digitaal goed voor staat. Maar slechts 58 procent van de managers is het daarmee eens. Managers geven aan 2,5 keer vaker te worstelen met disrupties in digitale transformatie dan C-level executives, ondanks dat ze toegang hebben tot nieuwe technologieën.

Dat blijkt uit nieuw wereldwijd onderzoek van Digital Intelligence-onderneming ABBYY. De bevindingen wijzen op een zorgelijke kloof binnen bedrijven, die leidt tot een stroom van verspilde investeringen en gemiste kansen.

Zo geeft slechts een kwart van de managers (24 procent) aan voor hun huidige digitale-transformatieprojecten gebruik te maken van opkomende low-code/no-code-platforms. Ondanks dat ze aan de hand van die platforms sneller hun eigen oplossingen kunnen creëren voor automatiseringsproblemen en handmatig coderen overbodig zou zijn.

Daarnaast gebruikt 34 procent van de managers process mining, een technologie die helpt om automatiseringsmogelijkheden en bronnen van bottlenecks en vertragingen te ontdekken.

Ter vergelijking: de helft van de C-level executives (48 procent) gebruikt die technologie. Opvallend genoeg erkent meer dan 60 procent van de managers het belang van intelligent document processing-technologie (IDP) om zakelijke content te digitaliseren en transformeren – voor meer bruikbare inzichten.

Bijna alle bedrijven die meededen aan het onderzoek (97%) heeft te maken gehad met disrupties in hun digitale-transformatieprojecten. Slechts zestig procent denkt dat die disrupties te wijten zijn aan COVID-19 en thuiswerken.

Bijna een kwart (22 procent) van de ondervraagde bedrijven liet het digitale-transformatieproject volledig links liggen en een op de drie (32 procent) ervoer dat de technologie niet werkte zoals gepland.

Daarnaast denken IT-beslissers dat de disrupties na de pandemie niet zomaar verdwijnen. Driekwart van de bedrijven wereldwijd (76 procent) verwacht nog meer impact op hun business.

Meer dan een derde (36 procent) legde de schuld bij moeilijkheden rond het vervangen van legacy-systemen, budgetgoedkeuring (35 procent) en gebrek aan de juiste vaardigheden binnen hun organisatie (34 procent).

Een kwart (23 procent) zei dat instemming van hun seniormanagement of directie een hoge drempel was. Veel bedrijven lijken last te hebben van C-level-tunnelvisie: 54 procent van de C-level executives gaf aan de drijfveer te zijn achter beslissingen rondom digitale transformatie, maar slechts 32 procent van de managers is het daarmee eens. De helft van de managers (47 procent) denkt dat innovatieteams het voor het zeggen hebben. Door deze interne strijd is het geen wonder dat zo veel projecten het niet halen.

Managers zijn ook behoorlijk minder positief dan de C-level executives over hoe hun bedrijf er digitaal voor staat. Zo heeft 38 procent van de managers, ondanks de toegang tot nieuwe technologieën, nog steeds te maken met uitdagingen – vergeleken met 16 procent van de C-level executives. Daarnaast ervaart slechts 28 procent van de C-level executives problemen met budgetgoedkeuring, tegenover 37 procent van de managers.

De kloof tussen de seniorleidinggevenden van bedrijven en de ‘doeners’ hindert succesvolle digitale-transformatieprojecten. Eenvoudig gezegd hebben de technologie-investeringen die zijn gedaan door degenen aan de top niet het effect dat ze zouden moeten hebben.