Leiderschapscrisis

De wereldwijde financiële crisis is ook een leiderschapscrisis. Geen van de regeringsleiders van de grote landen is er tot nu toe in geslaagd de wereld een duidelijk, nieuw perspectief te schetsen.

Zelfs Barack Obama kan het niet. De Amerikaanse president heeft de slagkracht en het charisma om de wereld voor te gaan. Maar omdat we juist door het Amerikaanse wanbeleid van banken en toezichthouders in de problemen zijn gekomen, mist hij toch het morele gezag om de leidende rol op te eisen.

Europa kan de leemte niet opvullen. Angela Merkel weet dat leiderschap in crisistijd vooral veel geld kost. De Duitsers hebben geen zin om met een enorme bestedingsimpuls de rest van Europa uit het dal te trekken.

Nicolas Sarkozy heeft tijdens het zijn EU-voorzitterschap weliswaar leiderschap getoond, maar achter een Fransman loopt de rest van Europa uiteindelijk toch niet graag aan.

En Gordon Brown was als voormalig minister van Financiën zo ongeveer hoogstpersoonlijk verantwoordelijk voor het wangedrag van de Londense bankiers.


STACKELBERG-LEIDER
De crisis moet het dus zonder leider stellen. Is dat erg? Veel economen zullen zeggen van niet. Leiderschap speelt in de economische wetenschap nauwelijks een rol. In de honderden wiskundige vergelijkingen van de modellen van het Centraal Planbureau komt geen leiderschapsformule voor.

In het economische universum is de markt leidend, niet individuen. Als er al een enkeling opstaat die de loop der dingen bepaalt, noemen economen hem meestal een monopolist die de markt bederft. Alleen in de abstracte wereld van de ‘speltheorie’ wordt door economen nagedacht over leiderschap.

Als twee of meer partijen elkaar ontmoeten op de markt, maakt het wel degelijk uit of een van hen door de anderen als leider wordt gezien. Zo’n marktleider slaagt er dan vaak in een groter marktaandeel te behalen dan hem eigenlijk toekomt. De prijs is lager en de aangeboden hoeveelheid groter op een markt met een leider dan op een zonder, dus consumenten profiteren mee.

Het was de Duitse econoom en wiskundige Heinrich Freiherr von Stackelberg die dit in 1934 – dus midden in de vorige grote crisis – aantoonde. Sindsdien heet een marktleider bij speltheoretici ‘Stackelberg-leider’.

De naamgever leidde overigens allesbehalve het rustige leven dat je van een econoom-wiskundige zou verwachten. Hij werd in 1905 in Moskou geboren. Vader was een adellijke Est, moeder een Argentijnse. Na de Oktoberrevolutie vluchtte de familie naar Duitsland, waar Stackelberg als academicus snel carrière maakte.

Uiteindelijk zou hij in 1946 sterven als banneling in Spanje. Waarom Spanje? Wel, Stackelberg bleek zelf niet zo’n goede hand in het kiezen van leiders te hebben. In 1931 sloot hij zich aan bij de NSDAP van Adolf Hitler. Twee jaar later ging hij bij de SS.

Diëtisten snoepen, longartsen roken en de uitvinder van een economische theorie over leiderschap liep zelf achter een nazi aan. Hou maar op over leiderschap. Deze crisis duurt met een charismatische leider net zo lang als zonder. De banken moet hun veel te lange schuldenhefboom fors verkleinen. De kredietverlening moet omlaag, naar een houdbaar niveau. Die aanpassing gaat met veel pijn gepaard. Daar doet ook een leider niets aan.