Kracht van familiebedrijven

De crisis lijkt het Nederlands bedrijfsleven van diverse kanten flink te raken. Maar als er één type bedrijf is dat de crisis redelijk goed weet te doorstaan, dan is het wel het familiebedrijf.

Familiebedrijven doen het in deze barre tijden bijvoorbeeld aanzienlijk beter dan bedrijven die in handen zijn van private equity. Dat lijkt op het eerste gezicht verwonderlijk. Men zou immers denken dat PE-bedrijven meer vermogen achter de hand hebben dan familiebedrijven om de crisis het hoofd te kunnen bieden.

Maar de realiteit blijkt toch wat genuanceerder in elkaar te steken. De financiering van familiebedrijven is doorgaans namelijk heel wat solider dan die van PE-bedrijven. Veel familiebedrijven zijn behoorlijk conservatief gefinancierd en het aandeel eigen vermogen is vaak groot.

Ze zijn daardoor onafhankelijker van banken dan PE-bedrijven dat zijn die vaak veel scherper aan de wind gefinancierd zijn. En dan is er nog iets. En dat is het management. Ook wat dit onderwerp aangaat lijkt het familiebedrijf in tijden als deze aan het langste eind te trekken.

Het management van dit soort bedrijven is immers – meer dan bij PE-bedrijven – betrokken bij de onderneming. Men weet als geen ander wat er gaande is binnen en buiten het bedrijf, welke risico’s de onderneming loopt, en hoe te reageren op veranderingen. Men voelt het immers direct in de eigen portemonnee.

Het is ook niet voor niets dat uit diverse onderzoeken is gebleken dat acquisities gedaan door familiebedrijven een betere kans van slagen hebben dan acquisities door bijvoorbeeld beursgenoteerde ondernemingen die niet tot de categorie familiebedrijf behoren.

En niet alleen vanwege het solide en betrokken management, ook omdat familiebedrijven doorgaans een scherpere prijs betalen voor de overname. Men let eenvoudigweg – vaak ook noodgedwongen – beter op de centen dan PE-partijen dat doen.


Acquisitiepad

Een ander opvallend gevolg van de crisis is dat opvallend veel deelnemingen van PE-partijen bedrijven eenvoudigweg omvallen. Hillen & Roosen is daar een voorbeeld van, maar ook E-concern. Beide bedrijven hebben aanzienlijke problemen en toch ligt dat niet in de lijn der verwachtingen.

PE heeft altijd wel geld achter de hand, zo luidde de veronderstelling. Desalniettemin zijn het juist deze bedrijven – en niet de familiebedrijven – waar de stekker uit wordt getrokken. Het ligt dan ook in de lijn der verwachting dat banken in de toekomst minder gretig zullen zijn om PE-activiteiten te financieren. Het zijn immers nu de banken die vaak grotere risico’s lopen dan de PE-bedrijven door de leverage in de financiering.

En dus zien we langzaam maar zeker de kracht van familiebedrijven boven komen drijven. Zij zijn het die stand houden, die hun financiën en management goed op orde hebben en die daardoor ook de kansen weten te pakken die PE-bedrijven noodgedwongen achterlaten.

Want dat is nog een tendens die we de laatste tijd waarnemen. Het zijn nu de familiebedrijven die op acquisitiepad zijn, zij hebben immers de financiering beschikbaar. Zelfs is het zo dat de familiebedrijven die onder de vlag van PE-bedrijven in de problemen komen weer worden teruggekocht. Oilily is daar een mooi voorbeeld van. Al is het in een herstart. In ieder geval trekken de familiebedrijven nu aan het langste eind.