Het ondernemersvertrouwen neemt af maar blijft positief.

De meeste bedrijven in Nederland kunnen de flinke kostenverhogingen van de laatste tijd niet of maar voor een klein deel doorberekenen. Mede daardoor gaat het ondernemersvertrouwen over een breed front omlaag.

Dit komt naar voren uit gezamenlijk onderzoek van onder meer het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), ondernemersorganisaties en de Kamer van Koophandel (KVK). Sinds de Russische inval in Oekraïne is de inflatie hard opgelopen. Vooral energiekosten rijzen de pan uit, wat voor ondernemers meer kosten met zich meebrengt. Ook veel grondstoffen zijn duurder geworden, mede door logistieke verstoringen.

De helft van de duizenden ondervraagde ondernemers gaf aan deze kostenstijgingen voor een klein deel te kunnen doorberekenen in de prijzen of tarieven aan hun klanten. Bijna 9 procent kan de kostenstijgingen zelfs helemaal niet doorberekenen. Slechts ruim 3 procent slaagde erin de kostenstijgingen volledig op afnemers af te wentelen.

Vooral in de verhuur en handel van onroerend goed, cultuur en sport blijkt het lastig om de prijzen net zo veel op te voeren als de kosten omhooggaan. Hier zei 80 procent van de ondernemers de kostenstijgingen voor een klein deel of geheel niet door te kunnen berekenen.

De cijfers wijzen verder uit dat het ondernemersvertrouwen in het tweede kwartaal binnen negen van de elf bedrijfstakken is afgenomen, al bleef het sentiment wel overal positief te noemen. In de horeca was de afname het grootst. Ook binnen de groothandel verslechterde de stemming flink. In de bouw werden bedrijven per saldo juist wat optimistischer. Het vertrouwen is daar over de gehele linie ook het hoogst.

Het eerste halfjaar is uiteindelijk door ruim zes op te tien ondernemers met winst afgesloten. Bijna een tiende maakte verlies en dan was er ook nog een groep die geen noemenswaardige winst of verlies draaide. Maar binnen vrijwel alle bedrijfstakken waren ondernemers overwegend pessimistisch over het verwachte economisch klimaat in de komende drie maanden. Alleen in de cultuursector rekent men wat dat betreft per saldo op verbetering.

(ANP)