Een sterke toename van bedrijfsoverdrachten in het MKB zit er al lange tijd aan te komen. Althans, de 'baby boomers' die met veel ondernemingsdrang een eigen bedrijf zijn opgestart, lopen tegen de pensioengerechtigde leeftijd. Maar is er nu echt sprake van een sterke toename in het aantal bedrijfsverkopen? Of moeten we toch nog even wachten?

Uit cijfers blijkt dat er in 2006 en 2007 wederom een enorme toename is geweest in het totaalbedrag dat is besteed aan overnames van bedrijven. In diverse media verschijnen aan de lopende band berichten over een sterke toename van overnames de afgelopen kwartalen.

Wanneer we deze cijfers goed bekijken, blijkt echter dat het totaal van de overnamesommen van de gesloten deals weliswaar sterk oploopt, maar de toename van het aantal overeenkomsten veel lager is.

En dat betreft dan nog voornamelijk overnames van of door grote ondernemingen, waarbij de bedragen per overname zo hoog zijn dat die het beeld vertekenen als we daar een conclusie voor het mkb uit willen trekken. In het mkb zijn er uiteraard ook transacties geweest, maar juist veel minder dan verwacht. Overigens is het erg moeilijk om betrouwbaar cijfermateriaal te vinden over aantallen overnames in het mkb en de daarmee gemoeide bedragen.

Redenen
Welke redenen zijn er om het achterblijven van het aantal overdrachten - ten opzichte van de inmiddels langdurende verwachting dat één en ander nu toch echt op gang moet komen - te verklaren? Het feit dat het verwachtingspatroon van ondernemers met betrekking tot de opbrengst van hun bedrijf vaak niet reëel (te hoog) is, is een eerste reden.

Eind jaren '90 van de vorige eeuw betaalden overnemende partijen zeer forse bedragen voor ondernemingen, met name voor bedrijven in de it-sector. In het begin van deze eeuw, onder invloed van de mindere economische omstandigheden, is het aantal transacties echter sterk afgenomen.

Pas de afgelopen twee à drie jaar zien we weer meer activiteit aan de koperskant, maar partijen die geïnteresseerd zijn in het mkb komen nu wel met realistischere aankoopbedragen. Bedragen die voor veel verkopers weer als tegenvallend worden ervaren.

'Als ik dat er maar voor kan krijgen, dan werk ik nog wel een paar jaar door', is een veelgehoorde opmerking. Begrijpelijk, maar misschien niet altijd reëel. Een direct hiermee samenhangende reden is dat veel oudere ondernemers de opbrengst van hun bedrijf zien als hun pensioen.

Zij hebben onvoldoende andere maatregelen getroffen, zoals het sluiten van een verzekering of het buiten de onderneming brengen van vermogen, om een goed pensioen veilig te stellen. Als de opbrengst van het bedrijf dan tegenvalt, is dat een extra reden om nog maar een paar jaar door te werken en het bedrijf niet te verkopen.

Slecht voorbereid
Hoewel accountants, banken en adviseurs al jaren de aandacht vestigen op het feit dat een bedrijfsoverdracht goed moet worden voorbereid, zijn veel ondernemers hier uiteindelijk niet tijdig aan begonnen. En dat is dan meteen de derde reden. Bedrijfsoverdracht is immers niet alleen een fiscaal vraagstuk, maar ook een persoonlijk en managementvraagstuk.

Ruimschoots van te voren moeten ondernemers hierover keuzes maken met het oog op de mogelijke overdracht. Te weinig ondernemers in het mkb realiseren zich dat het bedrijf voor een belangrijk deel afhankelijk is van de eigenaar als het gaat om klantencontacten, kennis van het product en dergelijke.

Ondernemers investeren dan ook te weinig in het - op deze punten - verkooprijp maken van het bedrijf. Op het moment dat een ander de onderneming over wenst te nemen, wil diegene dit risico verdisconteren in de koopprijs. Oftewel: hij wil het bedrijf voor minder overnemen, anders gaat de deal niet door.

De ondernemer kan zich ook tot een adviseur wenden en de voorgenomen verkoop voorleggen. Aanzienlijke kans dat deze adviseur dan aangeeft dat de ondernemer het best kan 'meeverkopen' dat hij een paar jaar doorwerkt om de 'minpunten' die bij zijn vertrek ontstaan, op voorhand weg te werken. Logischerwijs leidt dit in veel gevallen tot een betere verkoopbaarheid van het bedrijf.

Financieringsproblemen
Een vierde belangrijke reden waardoor er minder overnames plaatsvinden in het mkb dan partijen en specialisten uit alle hoeken van de Nederlandse M&A-markt tot voor kort aannamen, is de moeilijke financierbaarheid van overnames. Hoewel er in ons land een overvloed aan investeringskapitaal lijkt te bestaan, is het voor het mkb moeilijk om overnamefinancieringen te verkrijgen.

Veel participatiemaatschappijen, hedge funds en venture capitalverstrekkers richten hun pijlen op het grootbedrijf. Slechts een beperkt aantal partijen is bereid te kijken naar kleinere bedrijven, maar daar staat dan wel vaak tegenover dat men een belangrijk aandeel in het bedrijf wil hebben. Dit is vaak niet wat een mogelijke koper voor ogen heeft. Die wil namelijk ondernemen en eigen baas zijn.

Derhalve zijn partijen in het mkb veelal aangewezen op bancaire financieringen. Hoewel banken aangeven geïnteresseerd te zijn in het verstrekken van overnamefinancieringen, valt dat in de praktijk vaak tegen. Banken hebben geleerd van de lessen uit het verleden. In het begin van deze eeuw worden immers overnamefinancieringen versterkt, die niet of met grote moeite konden worden terugbetaald in een periode van mindere economische groei.

Kredietmarkt
Ook het feit dat de rentestand oploopt, waardoor overnamefinancieringen duurder worden, kan ervoor zorgen dat de activiteiten op de overnamemarkt in het mkb niet zo sterk toenemen als nog altijd veel partijen uit de markt verwachten.

Dit gegeven heeft tevens een prijsdrukkend effect, wat voor veel verkopers weer een reden is om nog maar even te wachten met de verkoop van het bedrijf. En zo is het cirkeltje weer rond.

Uiteraard speelt in de huidige markt ook mee dat door de moeilijkere situatie op de kredieten- en hypothekenmarkt wereldwijd de kredietverlening aan het mkb onder druk komt te staan. Zowel qua financieringsnormen, waarbij banken naar alle waarschijnlijkheid hogere eisen aan hun uitzettingen gaan stellen, als qua tarifering waarbij de rentestand op kan lopen. Dit maakt de financierbaarheid van een overname en daarmee de vraag in de markt kleiner.

Opvolger kwijt
En dan is er nog het gegeven dat steeds minder kinderen zich als 'natuurlijke' opvolger van het bedrijf van hun ouders aandienen. Kinderen kiezen steeds vaker voor een 'gespreid bedje' in een arbeidsverhouding, dan voor het ondernemerschap. Daarom moeten veel ondernemers op zoek naar een opvolger buiten de familiesfeer. Het kost in de eerste plaats tijd om aan dit idee te wennen en vervolgens wellicht nog meer tijd om een geschikte opvolger te vinden.

Een laatste reden waarom het aantal overnames in het mkb wellicht nog achterblijft is gelegen in het feit dat het maatschappijbreed weer steeds meer geaccepteerd wordt - of zelfs gewenst is - dat mensen langer onderdeel uitmaken van het arbeidsproces. Dit geldt voor werknemers maar heeft zeker zijn weerslag op ondernemers. De genoemde redenen verklaren voor een belangrijk deel waarom we al jaren roepen dat de overnamegolf er aan komt, maar deze in de praktijk - met name in het mkb - nog steeds niet is losgebarsten.

Mogelijk zijn er nog veel meer redenen te bedenken voor deze ontwikkeling. Betekent dit dan dat die overnamegolf er ook niet aankomt? Nee, dat niet. Op enig moment bereiken de ondernemers van de zogenoemde baby boom-generatie een leeftijd waarop zij daadwerkelijk te oud worden om het bedrijf te blijven leiden. Maar het is te verwachten dat de overdracht van ondernemingen in het mkb in de komende jaren nog steeds geen 'booming' activiteit is, maar dat dit proces van bedrijfsoverdrachten meer via de weg van de geleidelijkheid verloopt.

Er zullen echter ook ondernemers zijn, zeker in het kleinbedrijf, die erachter komen dat hun onderneming überhaupt niet verkoopbaar is. Zij moeten helaas besluiten tot beëindiging van het bedrijf. Zo kan het dus ook.

Ruud Baan is corporate finance adviseur bij Grant Thornton Corporate Finance.