Schade aan Nederlandse gebouwen kan oplopen tot 200 miljard.

Banken moeten klimaatrisico’s als de kans op overstromingen moeten meenemen bij het waarderen van woningen en kantoren. Zowel extremere weersomstandigheden als strengere duurzaamheidseisen kunnen er namelijk voor zorgen dat bepaalde panden in de toekomst minder waard worden.

Daarvoor pleit De Nederlandsche Bank (DNB). Het gaat de toezichthouder er allereerst om dat banken meer rekening houden met mogelijke risico's als ze vastgoed op hun balans zetten.

Een ingreep in de huizenprijzen is omwille van het klimaat nu niet nodig, zegt DNB-president Klaas Knot in een toelichting op een nieuw rapport van DNB. "Voor ik ga ingrijpen in private contracten moet er wel evident sprake zijn van marktfalen", stelt hij.

Van marktfalen is nog geen sprake, al zouden de mogelijke gevolgen niet moeten worden onderschat. Knot verwijst naar de overstromingen in Limburg van afgelopen zomer. Die zouden mensen bewust gemaakt moeten hebben van de risico's.

Een nieuwe klimaatstresstest leert volgens Knot dat financiële instellingen via het vastgoed op hun balans fors geraakt kunnen worden door overstromingen, vooral als klimaatverandering onverminderd doorzet.

In het rapport wijst de centrale bank er onder meer op dat veel gebouwen in Nederland zich in delen van het land bevinden die kwetsbaar zijn voor overstromingen. De schade aan gebouwen zou in zeer uitzonderlijke gevallen kunnen oplopen richting de 200 miljard euro.

Ook wijst DNB erop dat tussen nu en 2030 naar schatting 40 tot 60 procent van alle gebouwen moet worden verduurzaamd. De investeringen die hiervoor nodig zijn, hangen volgens de toezichthouder sterk af van de keuzes in het klimaatbeleid maar zijn "hoe dan ook aanzienlijk".