Kleren-van-de-keizer control

Lessen uit het leger: denken dat je in control bent is niet hetzelfde als in control zíjn.

Een serie blogs over control.

Generaal Frederick 'Boy' Browning was een interessante man. Zeer talentvol, grote carrière, eerst tijdens de Eerste Wereldoorlog, onderscheiden, daarna ook nog Olympiër en in de Tweede Wereldoorlog bevelhebber voor de Luchtlandingsdivisie van het Britse leger. Hij was verantwoordelijk voor de uitvoering van de operatie Market Garden, de Slag om Arnhem.

Door Hinrich Slobbe, control prof in beide betekenissen, als associate professor aan de Business School Nederland en als directeur van Wisdom in Finance

Hoewel Browning zijn bedenkingen had voor een eventueel succes - hij zou het over 'een brug te ver' hebben - wordt hem toch verweten dat hij het verlies bij Arnhem in hoge mate beïnvloed heeft, door een reeks kapitale fouten. Wat kunnen wij in het kader van Control van deze fouten leren?

Misplaatste superioriteit

Allereerst negeerde hij de signalen dat er zich rondom Arnhem een grote Duitse troepenmacht bevond. De 9de en 10de SS Pantserdivisie bestond uit 7.000 geharde SS-veteranen. Ondanks informatie van het plaatselijke verzet en de inlichtingen van de Britse verkenningsdiensten, vond hij zelf dat dit niet veel kon voorstellen, omdat een maand eerder de Britten in Frankrijk deze divisies vernietigd zouden hebben.

Dit soort vooronderstellingen zien we veel bij Topmanagement. Eigen inzichten en gedachten geven een gevoel van onoverwinnelijkheid en misplaatste superioriteit. Daardoor worden risico’s onderschat en concurrenten belachelijk gemaakt. Een paar oude bejaarden zouden het zijn, met hier en daar wat jeugdsoldaten. Door deze misvatting startte de Slag om Arnhem volledig verkeerd.

Drie blunders

Vanwege het feit dat Browning de tegenstand in Arnhem volledig onderschatte, werden de landingsdivisies naar Brabant gevlogen waar zich op dat moment het gevechtsfront bevond. De groep die het verst vooruit landde, bij Arnhem, werd bovendien in delen overgevlogen. Er kwam dus slechts klein deel van de geallieerde para's bij Arnhem terecht. Slechts 2500 mannen moesten nu proberen stand te houden in een stad, waar zij feitelijk kansloos waren tegenover een veel sterkere vijand. In de dagen daarna kwamen de landingen van nieuwe troepen te traag op gang, mede door weersomstandigheden.

Een tweede fout was dat hij zelf ter plekke wilde zijn, als commandant van een glorieuze overwinning. Hij was tijdens deze oorlog nog niet aan het front geweest en in zijn ogen was dit de laatste mogelijkheid om nog iets van de actie mee te maken. Daardoor zat hij in Nijmegen, in de buurt van het front, slecht geïnformeerd door matige communicatiemogelijkheden: de verkeerde man op de verkeerde plek.

Bovendien was hij tijdens de uitvoering van de operatie ook nog in een interne competitie verstrikt met de Amerikaanse bevelhebbers. Omdat de Britten deze slag leidden maakte hij van zijn positie gebruik om zijn eigen zin door te drijven en negeerde adviezen van ervaren generaals. Daardoor liep de opmars naar Arnhem nodeloos vertraging op en werden de moedige militairen daar in de steek gelaten.

"Het was hún schuld!"

In de evaluatie gaf hij anderen de schuld. Zo zouden de Poolse landingstroepen zouden niet hard genoeg hebben gevochten! Uiteindelijk werd hij weggepromoveerd naar een ander deel van het strijdtoneel. Hij mocht in Azië zijn geschonden blazoen proberen te herstellen. Door zijn fouten duurde de oorlog in Nederland nog een half jaar langer, met een hongerwinter en vele doden als gevolg.

Lessen in Control: overmoed maakt blind!

Alle blogs van prof. Hinrich Slobbe voor u op een rij gezet.