Naast een drukke baan als CFO van Humares, een snelgroeiende internationale personeeldienstverlener in de technische, de maritieme en de offshore-tak, is Kees Boot penningmeester van de Stichting De Noordzee. Voor Boot is er meer in het leven dan werken en plezier maken. Hij vervult al meer dan twaalf jaar vrijwillig bestuursfuncties, waarvan vijf jaar bij de Stichting De Noordzee. "Je hebt ook een verantwoordelijkheid tegenover de maatschappij", is zijn opvatting.


Boot kwam hier eigenlijk bij toeval in terecht. “Ik heb acht jaar in het bestuur van de stichting WEMOS gezeten en de voorzitter van de stichting, Leo Janssen, was ook voorzitter van de Stichting De Noordzee. Hij vroeg mijn hulp bij een aantal zaken die beter konden bij De Noordzee en waarbij mijn expertise wel wenselijk zou zijn. Ik heb eerst gekeken of de organisatie wel bij mij paste. Ik heb me altijd aangetrokken gevoeld door de zee; zeilen op zee vind ik fantastisch om te doen. Ik was wel wat sceptisch over milieuclubs, omdat die nog wel eens op creatieve wijze omgaan met bepaalde onderzoeken en op bijzondere wijze van zich laten horen. Dat past niet bij mij.”

De Stichting De Noordzee is echter een niet-activistische organisatie die zich bezighoudt met het Noordzeemilieu. “We zijn een milieuclub, maar niet een van de irritante soort”, benadrukt Boot. “We overleggen bijvoorbeeld met supermarkten over wat goede vis is, we hebben ook een viswijzer uitgebracht, zodat consumenten kunnen zien of de vis die zij kopen wel of niet duurzaam is. We gaan ook in overleg met vissers hoe ze op een minder destructieve manier kunnen vissen en minder bijvangst kunnen bereiken. Dat is best uitdagend, die vissers moeten toch hun brood verdienen, maar als je respect hebt voor elkaars doelen, kun je best dingen bereiken. We proberen ook te lobbyen bij de overheid en streven naar bewustmaking van het publiek via een actie voor het schoonmaken van stranden en door informatie te geven over de plastic soep in de zeeën.”

Gevraagd naar zijn motivatie om naast zijn drukke baan nog een onbetaalde nevenfunctie te vervullen is Boot duidelijk. “Omdat ik dat belangrijk vindt en ook om ervoor te zorgen dat ik niet in een heel klein kringetje blijf zitten. Als directielid heb je een drukke agenda, waar je je helemaal door kunt laten leiden. Het enige wat je dan doet is werken en thuiskomen, een beetje hardlopen en tijd aan je gezin besteden. Er zijn vele manieren om organisaties te steunen. Je kunt er ook voor kiezen om geld te doneren, maar dat is een soort van afkopen. Dat vind ik te gemakkelijk. Je moet daadwerkelijk iets doen.”

Zo lang het goed gaat met de organisatie, valt het tijdsbeslag wel mee, vindt Boot. “Afhankelijk van de organisatie heb je zo’n 5 à 6 vergaderingen per jaar. Als penningmeester heb je dan nog wat extra gesprekken met de accountant, vooral rond het opmaken van de jaarrekening. Maar op het moment dat er iets aan de hand is in de organisatie, moet je bereid zijn om er significant meer tijd in te steken. Als er echt nood is, moeten ze daar op je kunnen rekenen. Dat kan in de praktijk lastig zijn. Het helpt dat de CEO van Humares dit werk ook belangrijk vindt. Dan krijg je de ruimte om deze dingen te doen. Je moet altijd goed voor ogen houden dat het werk vrijwillig is, maar nooit vrijblijvend!”

Belangrijk is voor Boot dat hij toegevoegde waarde levert aan de organisatie. “Als penningmeester is het nuttig dat ik een verleden in de ngo-industrie heb, ik snap hoe ngo’s werken en kan ze echt helpen.” Aan de andere kant ziet hij zijn inzet als een verrijking voor zichzelf. “Het helpt om voor jezelf helder te houden dat er meer is tussen hemel en aarde. Je blijft in de realiteit staan. Het geeft bovendien een goed gevoel als je ziet dat je waarde kunt toevoegen en dat de organisatie daar erg blij mee is. Meer dan dat krijgt je niet terug, er zit uiteraard geen beloning aan vast en het netwerk ligt op een ander gebied dan wat voor mij zakelijk interessant is.”
Op dit moment zit Boot vier tot vijf jaar bij De Noordzee. Hij is van mening dat je nooit langer dan twee termijnen van vier à vijf jaar bij een club moeten zitten. “Dan krijg je bedrijfsblindheid. Je moet dan naar wat anders gaan kijken.”


Over de rubriek Sociaal Kapitaal
Van CFO’s wordt tegenwoordig maatschappelijke betrokkenheid verwacht. Een toenemend aantal CFO’s heeft naast de officiële positie een of soms meerdere maatschappelijke nevenfuncties. Deze nevenfuncties zijn weliswaar vrijwillig, maar allerminst vrijblijvend. CFO Magazine wil weten wat de betrokken CFO’s drijft en wat deze nevenfuncties hun brengen.

Zie ook:
Jurgen Stegmann (CFO Robeco) over sociaal kapitaal: "Vestia is een ongelukkige samenloop"