Laatst was ik bij de jaarlijkse Beurstrommeldag. Het verhaal is dat de Spaanse veldheer Spinoza aan het begin van de Gouden Eeuw een beslissende slag toe wilde brengen aan de opstandige gewesten door de Amsterdamse handel plat te leggen.

Om het verzet van de Hollanders te breken werd er een schip met buskruit onder het toenmalige beursgebouw afgemeerd met de bedoeling dat tot ontploffing te brengen. Een Amsterdamse weesjongen ontdekte dat net op tijd, sloeg alarm door te trommelen en mobiliseerde het stadsbestuur, zodat het snode plan van de Spanjaarden kon worden verijdeld. Deze heldendaad wordt nu jaarlijks herdacht.

Als de Spanjaarden in hun opzet waren geslaagd, zo wordt aangenomen, had Holland geen Gouden Eeuw beleefd. Ben Verwaayen hield ter ere hiervan een gloedvol betoog over de status van het Nederlandse economisch klimaat en onze samenleving. Hij gebruikte een aardige metafoor. “We lopen op straat, het gaat regenen en we schuilen. Vervolgens stopt het met regenen en lopen we verder alsof er niets is veranderd.”

Die redenering gaat volgens hem mank. Wat er echt gebeurt, is het volgende: “We zitten in een trein naar Italië en in Zwitserland duiken we de tunnel in. Wanneer we twee kilometer verder eruit komen, zitten we plots in een compleet ander landschap, met nieuwe eigenaardigheden, voorwaarden, parameters etc. Daarop moeten we inspelen.” Een onmiskenbare aansporing tot actie.


WEINIG DADEN
Nederland lijkt een land geworden van veel woorden, weinig daden en veel regels. Zo heeft de G20 besloten dat de bonus van een bankier in hoge mate aan internationale criteria onderhevig wordt, met onder andere een nadrukkelijke focus op de lange termijn. Dan zou je zeggen: Mooi dat dit op een dergelijke internationale schaal is bereikt. Maar wat doen we in Nederland? We soebatten gewoon vrolijk door.

Ander voorbeeld. Nederland is verder weggezakt op de lijst van het World Economic Forum van de meest concurrerende landen wereldwijd. De slechte kredietverstrekking door banken is een van de oorzaken, maar ook de grotere bureaucratie wordt genoemd. Typerend? Wat mij persoonlijk het meest aansprak in Verwaayens betoog is dat we het samen moeten doen.

Nederland lijkt momenteel behoorlijk verlamd. Risico’s moeten vooral worden vermeden. Juist nu het wel zou moeten, durven we het hoofd niet boven het maaiveld uit te steken. Krampachtig gaan we verder met wat we doen en richten we ons op het behoud van verworven privileges. Juist nu moeten we meer ondernemerschap tonen, risico’s durven nemen. We moeten onze kenniseconomie verder gaan vormgeven.

Nederland is een verbindingsland. Handel drijven zit in onze genen. We moeten doen waar we goed in zijn, althans in het verleden goed in waren. We moeten de juiste randvoorwaarden scheppen. Het onderwijs moet weer bij de top van de wereld gaan behoren, en wat mij betreft mogen universiteiten, ziekenhuizen en dergelijke fuseren.

We moeten zorgen dat we in een klein land als Nederland expertise en kennis zo goed mogelijk bundelen. Maak één Harvard, maak één Berkeley en twee of drie universiteiten, niet meer. Iedereen op Beurstrommeldag leek het erover eens dat we weer ondernemerschap, lef en daadkracht moeten brengen in de Nederlandse samenleving. Mooi. Na afloop stap ik blij in mijn auto op weg naar kantoor, met ‘sense of urgency’: Ik ga het doen. Aangekomen op kantoor bedenk ik: Maar hoe dan? Hoe ga ik nu zelf een zinvolle bijdrage leveren om Nederland in beweging te brengen? En dat op een manier dat we ons bewust zijn van de lastige keuzes die we nu moeten maken voor de toekomst?


BEVLOGENHEID
Ik zoek het vooral eerst dicht bij mezelf. Mijn omgeving, mijn werk. Het gaat erom mensen te inspireren en een stuk bevlogenheid binnen organisaties te cultiveren. Openstaan voor eigenzinnige ideeën, goede initiatieven ook daadwerkelijk oppakken, een column hierover schrijven. Een frisse wind, nieuw elan kan wonderen doen. Denken, durven, doen.

De trommelaars op Beurstrommeldag waren kinderen die werden aangevoerd door enkele professionele drummers. Die leidden de trommelaars door het beursgebouw. Het resultaat was een indrukwekkend en overweldigend strak ritmisch getrommel. Is dit een voorbeeld van het leiderschap dat we nodig hebben wanneer we die tunnel uitkomen?

Een andere belangrijke randvoorwaarde is een betrokken en gedreven nieuwe generatie, en dan bedoel ik vooral die van de dertigers en veertigers. Daarnaast is diversiteit binnen organisaties belangrijk. Maar dan wel diversiteit in de volle breedte. Contraire denkers kunnen juist nu de juiste vragen stellen en de boel op scherp zetten. Daarmee krijg je die vereiste bredere blik. Het is typerend dat er toch vooral weer eerst op de vertrouwde (met alle respect) ‘oude garde’ leiders wordt teruggegrepen.

Wanneer ik vraag waarom men niet het lef heeft om iemand te benoemen die minder door de wol is geverfd, maar naast deskundigheid ook nieuw elan en daadkracht heeft, dan is het veelgehoorde antwoord: Niet nu. Automatisch grijpen we terug naar zekerheden. Moeten we niet gewoon zeggen: Juist nu?