Jongeren bezorgd over inkomstenterugval bij pensioen

Aanleiding voor het onderzoek, dat vorige week is verricht op verzoek van het Verbond van Verzekeraars, vormt het voorstel van het kabinet om de maximale belastingvrije pensioenopbouw te beperken van 2,15 naar 1,75 procent per jaar.

De Tweede Kamer behandelt dit voorstel maandag 24 juni. Eerdere berekeningen wezen uit dat met name jongeren getroffen worden door deze maatregel. Ook als men doorwerkt tot het 72e jaar zal het pensioeninkomen niet hoger zijn dan de helft van het laatstverdiende inkomen.

Uit het onderzoek blijkt dat jongeren van 18 tot 35 jaar verwachten dat zij minder pensioen zullen krijgen dan zij denken nodig te hebben om rond te komen. Men verwacht gemiddeld 64 procent van het middelloon te krijgen, terwijl 74 procent nodig wordt geacht. Ouderen (50-64 jaar) verwachten 79 procent nodig te hebben en 69 procent te krijgen. Volgens het Verbond van Verzekeraars zijn die verwachtingen, in het licht van de ingrepen in het stelsel, nog te hooggespannen. Jongeren vinden het een iets groter probleem dan ouderen als na pensionering hun inkomen lager ligt dan 50 procent van hun middelloon. 79 procent van de jongeren heeft hier een probleem mee tegen 76 procent van de ouderen. Acht procent van de ouderen geeft aan hier geen enkel probleem mee te hebben tegen 4 procent van de jongeren.

Gemiddeld denkt men met 65,5 jaar met pensioen te kunnen. Opmerkelijk is dat jongeren en ouderen hier dezelfde inschatting maken. Slechts 8 procent denkt tot 70 jaar door te werken. Jongeren verwachten na hun pensionering vaker in deeltijd te moeten doorwerken dan ouderen. Van de jongeren verwacht 31 procent nog een deeltijdbaantje te moeten zoeken en van de ouderen is dat 25 procent.

De visie van jongeren en ouderen op de bezuinigingen van de overheid lopen sterk uiteen (zie tabel). Ze zijn het wel eens dat er niet op pensioenen bezuinigd moet worden. Hoewel de percentages sterk afwijken, moet de overheid vooral bezuinigen op het ambtenarenapparaat, de sociale zekerheid en de hypotheken. Pensioen en onderwijs scoren het laagst.

Bron:
Verbond van Verzekeraars