Is de mondiale financiele sector te redden?

Het systeem is verrot volgens 'dit kan niet waar zijn' van Joris Luyendijk en we hoeven niet te verwachten dat de oplossing uit de sector zelf gaat komen.

In een recente uitgave van ‘de Compliance Officer’ - een uitgave van het Nederlandse Compliance Instituut - bespreken Compliance Officers Marit Klapwijk en Roderick Noordhoek het boek ‘Dit kan niet waar zijn’ van Joris Luyendijk. 

Aan de hand van interviews met zo’n 200 werknemers uit de financiële sector in de Londonse City, analyseert Luyendijk in zijn boek de problemen in de sector. Het boek gaat dan wel over London, de problemen zijn volgens Luyendijk grotendeels door te trekken wereldwijd. 

De zes grootste veroorzakers van het ‘disfunctionerende systeem’ zijn volgens Luyendijk:
1. Caveat emptor (het ‘weet wat je koopt’ principe)
2. De nul ontslagbescherming
3. De bonussen
4. het vangnet van ‘too big to fail’
5. De implicaties van een beursnotering
6. De druk die uitgaat van shareholdersvalue

Luyendijk concludeert dat wat er in 2008 gebeurde de beschaving zoals wij die in de Westerse wereld kennen heeft doen wankelen en dat dit zo weer kan gebeuren. Het systeem is verrot en we hoeven niet te verwachten dat de oplossing uit de sector zelf gaat komen. De oplossing zit volgens Luyendijk in de politiek, maar ook van hen hoef je niks te verwachten, want zij krijgen na hun politieke carriëre een baan in de financiële sector aangeboden. Het afschrijven van de politiek is echter precies het cynisme dat volgens Luyendijk moet verdwijnen. ‘Het democratische bestel is en blijft de beste kans van gewone burgers om op vreedzame wijze de macht te heroveren op de mondiale financiële sector.’
 

Caveat emptor 
Luyendijk komt op een gegeven moment tot de conclusie dat het probleem niet in de kennis zit van veel buitenstaanders over de door hen gekochte financiële producten, maar dat het de insiders niks kan schelen of de buitenstaanders het begrijpen. 

Marit Klapwijk is het daarmee eens, maar vindt ook dat het simpeler moet. “Als ik naar mijn hypotheekaanvraag kijk, ontvang ik al 50 pagina’s informatie en dat is dan bij een product dat miljoenen Nederlanders moeten begrijpen. Eenvoudige informatie helpt mensen om het product beter te begrijpen waardoor ze een insider kunnen aanspreken op het moment dat die zich niets aantrekt van wat de klant wil. Het probleem van de ongeïnteresseerde insider is daarmee niet opgelost, maar hij kan er dan in ieder geval op aangesproken worden.”

Roderick Noordhoek: “Dus als ondernemingen handelen vanuit waarden en normen en het klantbelang centraal stellen, hoeven zij niet eens meer naar wetgeving en toezichthouders te kijken?”

Marit Klapwijk: “Ja, dat klinkt ideaal en dit lijkt me een mooie uitdaging voor compliance.”

Bonussen en toezicht
In het boek wordt beschreven dat de sector wereldwijd opereert en dat politiek landelijk opereert en dat dit ervoor zorgt dat de financiële ondernemingen gaan naar het land waar het klimaat hen het beste gezind is. Klapwijk denkt niet dat ondernemingen zullen vertrekken, hoewel dat wel het antwoord is uit de sector. “Dat zien we bijvoorbeeld tijdens de hoorzitting over bonussen en compensatie. Juist de cultuur kan zorgen dat mensen blijven, ondanks minder loon.”

“Dus bij het maken van nationale toezichtwetten wordt het risico van braindrain overschat?” vraagt Noordhoek. 

“Ja”, reageert Klapwijk. “uit onderzoek blijkt dat bankiers uit de City bijvoorbeeld helemaal niet weg willen uit de EU vanwege strengere regels. Dus strenger toezicht hoeft er niet voor te zorgen dat mensen vertrekken. Maar strenger toezicht is niet de oplossing, want dat zorgt er voor dat er nog meer werk- en regeldruk op financiële ondernemingen komt. Strengere regels lossen ook de bonusdiscussie niet op. Het gaat erom dat handelingen als bonussen uitlegbaar zijn. De publieke opinie is tegen, maar zij hebben geen stem in het beleid. De taak van de compliance officer kan in dit geval zijn om deze aan te kaarten bij het bestuur. Als er nog steeds incidenten zijn, komt de bank er niet vanaf met het argument: ‘anders verliezen we onze beste mensen’.”

Oplossing?
Wat denkt Noordhoek dat de oplossing is na het lezen van het boek? “In het boek herken ik een beetje het kip en ei-probleem. Aan de ene kant worden problemen toegewezen aan het niet-functionerende systeem terwijl aan de andere kant Luyendijk zelf het meeste geschokt is door verhalen van bankiers. Voor de bankiers was de oplossing te reflecteren op het werk wat ze deden. Dus is het een systematische verandering of een kwestie van gedrag en cultuur? Het wordt in het boek niet duidelijk of het systeem faalt of dat er niet genoeg gereflecteerd wordt. M.i. zijn het de mensen die het systeem misbruiken, een systeem handelt niet zelf.”

Marit Klapwijk: “Hoe gaat het vertrouwen in de sector zich dan ontwikkelen?”

Roderick Noordhoek: “Ik denk dat de oplossing zich gaat ontwikkelen zoals je dit ook ziet op het gebied van duurzaamheid in andere sectoren. Steeds meer bedrijven kijken naar een ‘licence to operate’ in plaats van alleen maar het naleven van wet- en regelgeving. Praktisch gezien is mijns inziens de oplossing: het integreren van ethiek in de besluitvorming.”
  
Marit Klapwijk: “Hoe gaat een ethicus iemand overtuigen die in de categorie ‘Master of the Universe’ valt?

Roderick Noordhoek: “Wat naar voren komt in het boek is dat Masters of the Universe het spel eerlijk willen spelen. Hun reactie op uitspraken van Dijsselbloem - over de loonsverhogingen bij ABN; dat dit moreel onacceptabel is maar juridisch juist - is dat ze (volgens de wet) niks fout doen. Maar het gaat niet alleen om goed en fout, dit spectrum moet je uitbreiden met rechtvaardigheid en eerlijkheid. Een ethicus moet ze in hun besluitvormingsproces een spiegel voorhouden. Dit verschilt met een compliance officer die vanuit zijn functie vaak, ondanks een risicogebaseerde benadering, reactief handelt. Het is naïef om te denken dat die risico’s volledig te mitigeren zijn, maar als je op een ethische manier beslissingen neemt, kom je er vaak op uit dat de oplossing niet tegenstrijdig is met wet- en regelgeving.”