Nederlandse pensioenfondsen worstelen met de invoering van de regels voor goed pensioenfondsbestuur die op 1 januari 2008 ingevoerd moeten zijn. Dit blijkt uit onderzoek van KPMG Financial Services onder 75 Nederlandse pensioenfondsen.

Bijna de helft van de fondsen moet nog een begin maken met de belangrijkste stappen van de invoering, zoals het inrichten van een intern toezichtorgaan dat toeziet op functioneren van het bestuur en een orgaan waaraan het bestuur verantwoording moet afleggen over het gevoerde beleid en de naleving van de principes.

De 'Principes voor goed pensioenfondsbestuur' hebben tot doel integer en deskundig bestuur te waarborgen en richtlijnen te bieden voor intern toezicht, communicatie, medezeggenschap en verantwoording door het bestuur.

Pensioenfondsen die momenteel bezig zijn met het inrichten van het verantwoordingsorgaan, kiezen in het algemeen voor een deelnemersraad aangevuld met vertegenwoordigers van werkgevers. Bij het vormgeven van het intern toezichtorgaan gaat de voorkeur uit naar een visitatiecommissie, hetzij in poolverband waarbij een gezamenlijke visitatie plaatsvindt van meerdere pensioenfondsen, hetzij een eigen visitatiecommissie. Een beperkt aantal fondsen kiest voor de 'one tier board', waarbij controlerende bestuursleden toezicht houden op de uitvoerende bestuursleden.

Dit blijkt uit onderzoek van KPMG Financial Services onder 75 pensioenfondsen. Hoewel de invoering van de regels voor goed pensioenfondsbestuur moeizaam gaat, verwacht ruim 80% van de pensioenfondsen de invoering op 1 januari volledig gerealiseerd te hebben.

Overigens blijken alle fondsen te hebben nagedacht over de wijze waarop de medezeggenschap moet worden vormgegeven. Een meerderheid kiest voor het instellen van een deelnemersraad, het opnemen van gepensioneerden in het bestuur of een combinatie hiervan.

Het is volgens Edward Snieder van KPMG Financial Services opmerkelijk dat pensioenfondsen zo beperkt gevorderd zijn met de invoering van de principes. Snieder: "Als beleggers in beursgenoteerde ondernemingen dragen pensioenfondsen corporate governance een warm hart toe. Je zou dan ook verwachten dat de fondsen ook de eigen governance hoog op de agenda hebben staan. Tot op heden blijkt het tegendeel echter het geval. Veel pensioenfondsen blijken bovendien de tijd die nodig is om pension fund governance op orde te krijgen onderschat te hebben.

De realiteit is dat ieder fonds binnen de kaders van bestuur, verantwoording, toezicht en medezeggenschap zijn specifieke situatie moet bepalen en daarna moet beslissen welke vorm van governance hij kiest. Dit vergt de nodige consensus en dus tijd.

Het is dan ook van groot belang dat de fondsen pension fund governance nu hoog op de agenda zetten, de uitgangspunten voor hun eigen governance vaststellen en bepalen in hoeverre zij al voldoen aan de governance-eisen. Dan blijkt welke principes al zijn ingevoerd en welke nieuwe principes op zeer korte termijn besluitvorming vereisen."