Innovatiebox: nu of nooit!

De Innovatiebox, de fiscale subsidie voor innovatieve bedrijven, ligt terecht onder vuur. Ondernemers die nog van de regeling willen profiteren moeten snel zijn, want de kans is groot dat de subsidie na Prinsjesdag verdwijnt of wordt versoberd. Het advies: nu verlengen of nu aanvragen!

Door Sander Wolfensberger

Op 13 januari berichtte het Financieele Dagblad dat vooral grote bedrijven profiteren van de Innovatiebox. Van de 850 miljoen euro fiscale subsidie die het bedrijfsleven in 2012 ontving dankzij de Innovatiebox, ging 60% naar bedrijven met meer dan 250 medewerkers. “Een scheefgetrokken regeling,” vindt D66-kamerlid Kees Verhoeven.
 
Maar er is meer aan de hand…

Zo lang fiscale voordelen daadwerkelijk innovatie aanjagen is het inderdaad geen probleem dat grote bedrijven meer subsidie ontvangen dan kleine bedrijven. Maar wanneer grote ondernemingen de regeling misbruiken om hun winstbelasting te verlagen, weet je dat er iets mis is met een subsidieregeling. Helaas is dat bij de Innovatiebox het geval.
 
De Innovatiebox (voorheen de octrooibox) is in het leven geroepen om innovatief onderzoek door ondernemers in Nederland te stimuleren. De winst uit octrooien of uit innovatieprojecten die onder de Wet Bevordering Speur- en Onderzoekswerk (WBSO) vallen, mag deels worden belast in de Innovatiebox met een belastingtarief van effectief 5% in plaats van de reguliere 20 tot 25%. Als grote, zeer winstgevende bedrijven zoals banken en verzekeraars, de WBSO-subsidie slim aanvragen, kan een relatief kleine investering van bijvoorbeeld een ton zo maar 10 miljoen euro belastingvoordeel opleveren in de Innovatiebox. Innovatie is dan geen doel op zich, maar een middel om belastingverlaging te realiseren.
 
Door de WBSO slim strategisch aan te vragen, ontstaat een gigantisch sneeuwbaleffect in de Innovatiebox. Slimme WBSO-aanvragers, die naast technische kennis ook diepgaande kennis van de Innovatiebox regeling hebben, profiteren dus veel meer dan anderen. Door bijvoorbeeld een bestaand patent of octrooi van een buitenlandse dochtermaatschappij te verhuizen naar een Nederlandse holding en hierop doorontwikkeling te doen, kan dikwijls al voldaan worden aan het criterium dat het bedrijfsmiddel zelf voortgebracht is. Met deze veel gebruikte truc kunnen ondernemingen miljoenen besparen.
 
Ook is de procedure rondom de Innovatiebox omstreden. Het deel van de winst dat in de gunstige Innovatiebox wordt belast, wordt tijdens een gesprek met de fiscus bepaald. Willekeur ligt daarbij op de loer. Niet voor niets zijn er regionaal enorme verschillen. Voor IT-bedrijven in de omgeving Alkmaar is de regeling bijvoorbeeld extreem gunstig vergeleken bij bijvoorbeeld Groningen, waar juist hardware producerende bedrijven zeer gunstige afspraken kunnen maken.
 
Het fundamentele probleem is echter dat de Innovatiebox de winst verhoogd en niet de kosten van innovatieve arbeid verlaagd. Hierdoor worden bedrijven niet gestimuleerd om met Nederlands personeel R&D uit te voeren. Het zijn vooral grote AEX-bedrijven die het budget van de regeling op souperen, ook al besteden ze veel R&D uit aan het buitenland. Innovatieve kleine MKB-ers en start-ups, de “motor van de economie”, hebben weinig aan een verlaging van de winstbelasting omdat ze nauwelijks winstgevend zijn of nog verlies maken.
 
Kortom, de regeling rammelt. In Den Haag beginnen ze daar nu ook achter te komen. Goede kans dus dat de Innovatiebox volgend jaar wordt aangepast.
 
Wie nu nog wil profiteren van dit belastingvoordeel, moet snel in actie komen.
 
Checklist voor ondernemers die nog willen profiteren:
1. Nog geen WBSO, maar wel eigen product-, proces- of softwareontwikkeling: WBSO per direct aanvragen.

2. De WBSO niet op product niveau, maar op technische trend niveau aanvragen met maximaal 5 projecten per aanvraag.

3. Nog geen innovatiebox: voor Q3 2015 aanvragen.

4. Loopt de innovatiebox af in ’15 of ’16: voor Q3 2015 verlengen.
 
 
Sander Wolfensberger is partner bij SUBtracers.