Failliete medicijnfabriek sluit volgende week dinsdag definitief.

De curator van InnoGenerics heeft geen overeenkomst kunnen sluiten over een doorstart van het bedrijf, dat zo'n negentig medewerkers had.

InnoGenerics maakte generieke geneesmiddelen, die als goedkoper alternatief gelden voor merkmedicijnen. Het bedrijf produceerde voorafgaand aan het faillissement slechts op een kwart van zijn volledige capaciteit, wat niet rendabel was. Mogelijke overnamekandidaten zagen geen kans om op korte termijn de productie op te schroeven, ook omdat de regulering van de medicijninkoop in Nederland dit moeilijk maken.

InnoGenerics maakte geneesmiddelen in tabletvorm in opdracht van andere bedrijven, onder andere tegen jicht, depressie en hart- en vaatziekten. Het wegvallen van de fabrikant maakt Nederland voor deze medicatie afhankelijker van het buitenland, met name van Aziatische landen. Tekorten zijn dan na verloop van tijd niet uit te sluiten, maakte minister Ernst Kuipers (Volksgezondheid) vlak na het faillissement duidelijk.

De Leidse fabriek was tot 2020 in handen van de Indiase medicijnfabrikant Aurobindo Pharma. Dat bedrijf verplaatste veel van de productie naar China en India, waarna InnoGenerics met hulp van de overheid werd overgenomen.

De extra overheidsfinanciering waar enkele geïnteresseerde partijen na het bankroet in december om vroegen kwam er niet, meldt curator Bentfort van Valkenburg nu. Na het faillissement hadden zich twintig kandidaten voor een doorstart gemeld, maar eerder gaf de curator al te kennen dat de kans klein was dat de fabriek open zou kunnen blijven. Nu wordt de fabriek klaargemaakt voor de verkoop van apparatuur en andere bezittingen. Volgens Bentfort van Valkenburg heeft "een groot deel" van het personeel een nieuwe baan gevonden.