Informal Investors als de oplossing?

Roompot Vakanties. Kip Caravans. Dunlop Banden. Schoenenreus. Wat hebben ze gemeen? Ze zijn - gedeeltelijk - gefinancierd door participatiemaatschappijen of informal investors. Samen geven ze jaarlijks een financiële injectie van miljarden euro's in het Nederlandse bedrijfsleven.

Op het jaarlijkse Acquisition Finance congres van de Dutch Corporate Finance Association (DCFA) stond daarom de prangende vraag ‘Informal Investors als de oplossing?’ centraal.

Volgens het jaarverslag van de Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen (NVP) stonden participatiemaatschappijen in 2008 voor ruim 1.050 Nederlandse ondernemingen met 320.000 medewerkers en een gezamenlijke omzet van 84 miljard euro.

De Nederlandse private equity-markt was vorig jaar goed voor 2,7 miljard euro. Participatiemaatschappijen zijn de belangrijkste verschaffers van private equity ofwel investeringen in niet-beursgenoteerde bedrijven.

Deze investeringen hebben de bijzondere eigenschap dat ze juist in moeilijke marktomstandigheden kansen bieden om de positie als vaste waarde te bewijzen. Enerzijds vanuit het versterken en ondersteunen van portefeuillebedrijven anderzijds door te investeren in nieuwe kansen die de markt zal gaan bieden.


Vanuit de bank

Op het DCFA congres sprak Eric Zuidmeer van Mees Pierson Private Equity Investments over de kenmerken van de twee meest recente private equity fondsen: het MeesPierson Informal Opportunity (MIO) Fund en het Private Plus Fund.

‘Het MIO Fund startte op 1 februari 2002. We hadden al ervaring met de opzet van een aantal voorgaande fondsen en namen zelf deel met een stake of confidence van 1 miljoen euro. De fondsomvang van 16,5 miljoen euro werd voornamelijk ingebracht door (ex-)ondernemers, ervaren particuliere beleggers en informal investors. Belegd wordt in circa vijftien ondernemingen waardoor voor participanten, die minimaal 250.000 euro in leggen, een brede spreiding wordt gerealiseerd. Het Private Plus Fund is op soortgelijke wijze samengesteld in 2005. De looptijd is in principe zeven jaar. De inleg van 20 miljoen euro is opgebracht door 55 participanten.’

Zuidmeer legt uit dat private equity voor een bank op verschillende manieren onderscheidend is. ‘Zo heb je te maken met klanten die een langdurige verbintenis aangaan en een portefeuille die de nodige aandacht vereist. De betrokkenheid van de aandeelhouders is groot, en bijkomsten worden vaak drukbezocht en beschouwd als een social event. Private equity is voor de bank een tijd- en arbeidsintensieve materie, waarbij de performance van de fondsmanager die de selectie maakt, van cruciaal belang is, maar je als bank ook kwetsbaar maakt.’

Qua rendement op het MIO Fund gaf Zuidmeer aan dat dit 4 tot 5 procent is, terwijl het totale rendement pas goed beoordeeld kan worden bij verkoop van de bedrijven.


Informele investeerders in kaart

Dat informele investeerders kapitalen investeren in het Nederlandse bedrijfsleven is een feit. Maar wat eigenlijk een ‘informal investor’ is en hoe groot het belang van deze groep is, daarover is geen uitsluitsel te geven.

‘Dat komt onder meer omdat een informal investor een breed en nauwelijks te definiëren begrip is’, legt voormalig partner van ABN Amro corporate investments Leo Schenk uit die als oprichter van de participatiemaatschappij Synergia Capital Partners BV dagelijks te maken heeft met ‘informele investeerders’.

‘Synergia heeft drie fondsen waarbij wij en onze potentiële portefeuillebedrijven optimaal gebruik maken van de kennis en expertise van topondernemers uit het (inter)nationale bedrijfsleven. We zochten en vonden een complementaire groep mensen uit diverse branches met vooral actuele kennis, expertise en netwerk die een boost kunnen geven aan ons rendement. Naast een topondernemer, kan een informal investor echter ook een vermogende zanger, sportman of acteur zijn. Een familielid dat een Tante Agaathlening versterkt of de business angel in innovatieve bedrijven. Wie het ook zijn: de invloed van deze mensen is in mijn opinie groter dan vaak wordt gedacht.’

Het zijn volgens Schenk met name de kleinere en/of individuele investeerders (< 250.000 euro) die problemen ondervinden met hun participatie. ‘De noodzakelijke continuïteit van de participatie schiet er bij deze groep nog wel eens bij in. Ook laat men gevoel wel overheersen op ratio en is er onvoldoende kennis buiten de eigen branche. Maar vooral kan men behoorlijk het schip in gaan door een onjuiste financieringsstructuur. Zo is bekend dat op de zeven venture investeringen, drie niets opleveren, je op twee je geld terugkrijgt, één wordt verdubbeld en één gaat out of the roof. Dit leert bijvoorbeeld dat je als informal nooit caps moet accepteren omdat zo nooit optimaal geprofiteerd kan worden van dat ene bedrijf dat buitengewone resultaten behaald.’

Schenk verwacht dat mede vanwege bovengenoemde redenen een steeds grotere groep informal investors zal kiezen voor het collectief in de vorm van een participatiemaatschappij.


Fiscale stimulans

Wat exact het economisch belang van informele investeringen is, is moeilijk te becijferen. Speculaties doen de ronde, maar volgens Schenk wordt het belang veelal onderschat. Cijfers van een NVPstudie leren dat deze investeringen onder meer leiden tot groei en innovatie, werkgelegenheid en herstructurering van bedrijven en sectoren.

Ruwweg kan iedereen zich vinden in de definitie dat private equity een investering is die bijdraagt aan economische groei, werkgelegenheid, innovatie en de ontwikkeling van nieuwe technologie. ‘Daarom is het van het allergrootste belang’, zo besluit Schenk, ‘dat deze investeringvorm fiscaal wordt gestimuleerd.’ Een redenatie waarbij hij aansluit bij de Tilburgse econoom professor Duffhues die recent pleitte (zie kader) voor een vernieuwing van de Regeling Particuliere Participatiemaatschappijen.


DCFA

De Dutch Corporate Finance Association is een landelijke vereniging voor financiële professionals. De DCFA is in aantal individuele leden de grootste vereniging op haar gebied en is gefuseerd met de Vfos. Recent is Jan Willem Jonkman, onder meer oprichter van BlueMind Corporate Finance, benoemd tot voorzitter. De kennisintensiteit van de DCFA wordt gedreven door vier commissies. Elke commissie organiseert jaarlijks een evenement en schrijft een daaraan gelieerde publicatie. De bijeenkomst over private equity werd georganiseerd door de commissie Acquisition Finance onder leiding van Dolf Bruins Slot en Inge Verschuur. Wie lid wil worden van de DCFA en een bijdrage wil leveren aan het (kennis)netwerk, moet ten minste vijf jaar relevante werkervaring hebben in de corporate finance-sector en een significant deel van de werktijd besteden aan fusies & overnames, financieringen en/of recovery activiteiten. Verder dient introductie door minimaal twee leden plaats te vinden. Kijk voor meer informatie over DCFA op www.dcfa.nl