Cees Maas heeft onlangs op 60-jarige leeftijd afscheid genomen van zijn tweeledige ING-positie als CFO en CRO. Zijn functie wordt nu ingevuld door twee mensen, want eigenlijk was het fysiek de laatste jaren niet meer bij te benen. Maas heeft jarenlang topsport bedreven. "Ik heb hard gewerkt, dus nu even rustig aan", zegt hij. Maar ondertussen stapelen de werkzaamheden zich alweer op.

“Van de dingen die goed gaan leer je niets. Die kun je alleen maar aan je muur prikken en dat is leuk, want het staat mooi. Juist van de dingen die fout gaan leer je het meest, en ik verzeker u: ik heb in mijn vijftien jaar bij ING veel geleerd.” Cees Maas, voormalig chief financial officer en chief risk officer van ING, blikt terug op een succesvolle carrière.

Onlangs nam hij met een bijzonder goed gevoel afscheid van zijn functies bij ING. Want zoals hij zelf zegt gaat het goed bij ING, en het is altijd mooi als je in zo’n periode afscheid kunt nemen. “Als ik dan toch iets mag kiezen voor mijn cv, zou dat een van de hoofdpunten zijn”, aldus Maas. Cees Maas wordt zo’n beetje gezien als de bank/verzekeringsman pur sang.

Wie je ook uit de financiële branche spreekt, geen onvertogen woord over Cees. In de vijftien jaar dat Maas bij de ING Groep zat, is de toenmalige bank/verzekeraar met een marktwaarde van ruw geschat 5 miljard euro uitgegroeid tot een financieel bedrijf met een marktwaarde van om en nabij de 75 miljard euro.

Hij heeft in interviews altijd gezegd dat hij, zolang hij in de top van ING zat, zou blijven doorbouwen om de beste en grootste geïntegreerde financiële dienstverlener ter wereld worden. Dat is niet helemaal gelukt, maar ING begon als kleine partij en staat nu toch in de top-10 van de Fortune 500. Cees Maas schudt zijn hoofd als hij deze ranking noemt.

“Eigenlijk is het niet te geloven”, becommentarieert hij zijn eigen ongeloof. “ING heeft 60 miljoen klanten met een klanttevredenheid die groot is en een winst van 10 miljard voor belasting. Dat komt je niet zomaar aanwaaien. De dingen die we doen binnen ING – pensioenen, levensverzekeringen, in emerging markets en ING Direct – spelen in op een trend. Daar hebben we bewust voor gekozen.

De veroudering van de bevolking is een eerste trend. Wij spelen daarop in met ons aanbod aan pensioenen. Een tweede trend is de verschuiving van de economische macht van het Westen naar het Oosten, Centraal en Oost-Europa, maar ook zeker naar Azië. Daar zit de groei. Daar gaat de geldaccumulatie plaatsvinden. De mensen daar hebben nu nog weinig geaccumuleerd, maar dat gaat zeker gebeuren. Wij volgen de financial flows en willen daar actief zijn waar het geld naartoe gaat.

Daarom zijn we daar actief met levensverzekeringen en proberen we er ook in retailbankieren te gaan. De derde trend is het internet en de bijbehorende technologie. Daar hebben we indertijd ING Direct voor opgezet. Daarbinnen proberen we gewoon een goede bankier, een goede verzekeraar en een goede asset manager te zijn. En als ik nu zo terugkijk, ga ik met een buitengewoon goed gevoel weg. We hebben met z’n allen toch echt wel iets neergezet de afgelopen jaren.”


CULTUURSCHOK
Vijftien jaar geleden maakte hij de overstap van thesaurier-generaal, oftewel letterlijk algemeen schatkistbewaarder van Nederland, naar de raad van bestuur van ING. Dit deed hij na zestien jaar trouwe dienst bij het Ministerie van Financiën, waarvan de laatste zes jaar als thesaurier-generaal.

Op de vraag of dat geen cultuurschok bij hem teweegbracht, moet Maas lachen: “Dat wordt me vaak gevraagd, maar die overgang was minder moeilijk, minder dramatisch of schokkend dan menigeen denkt. Ik was al lid van de raad van commissarissen van ING. Ik kwam dus niet in een onbekende club. En ten tweede bestaat de Generale Thesaurie van het Ministerie van Financiën uit een vrij kleine unit die heel dynamisch is.

Ik reisde veel naar het buitenland, wat ik nu ook doe en deed. Het werk als thesaurier-generaal verschilde niet zo veel van het werk dat ik als bankier bij ING ging doen. Sterker nog, een verzekeraar en een bank, zeker de laatste, werken vaak veel bureaucratischer dan ik ooit in Den Haag heb meegemaakt. Bijna iedereen verwacht juist dat het andersom is, maar dat is niet het geval.”

Wie enigszins geïnteresseerd is in de financiële branche, zal zitten watertanden als Maas over deze tijd verhaalt. Hij maakte de meest dynamische tijd uit de Nederlandse financiële sector mee. Er gebeurden dingen die eigenlijk helemaal niet konden. In de secundaire wetgeving van Nederland stond zwart op wit dat het voor spelers in de financiële sector verboden was om groot met groot te laten samensmelten.

Dit was vastgelegd in een kamerstuk dat de minister van Financiën naar de kamer had gestuurd. Dus de vier grote banken, NMB, Postbank, ABN en AMRO mochten niet fuseren. Uiteindelijk heeft het internationale belang van de Nederlandse financiële spelers gewonnen, het was te belangrijk voor hun internationale positie, wilden deze banken in de toen de kop opstekende internationalisering een poot hebben om op te staan. De wetten werden aangepast. Maas was hier zeer nauw bij betrokken.

Maas: “Maar dat was ik al eerder. In 1986 werd ik lid van de raad van commissarissen van de NMB Bank, omdat de overheid daar 27 procent in had. Toen de NMB in 1989 met de Postbank fuseerde, stond ik daar logischerwijs heel dicht bij. Niet in de laatste plaats omdat de overheid ook alle aandelen in de Postbank had.

Toen ABN en AMRO een jaar later eigenlijk een fusie afdwongen, was ik daar eveneens heel nauw bij betrokken, omdat Financiën ook hier toestemming voor moest geven. Op dat moment was ik commissaris bij de NMB-Postbank Groep, thesaurier-generaal bij het Ministerie van Financiën en hield ik me bezig met de fusie tussen ABN en AMRO. Tegenwoordig is het ondenkbaar dat je dat allemaal met elkaar zou kunnen combineren. Toen ging dat nog wel allemaal, het leven was in die dagen nog wat eenvoudiger.”

De betrokkenheid van Maas bij de financiële partijen, en met name bij ING, was groot. Dat hij de overstap naar de commerciële financiële wereld niet eerder maakte, had maar één reden, het Verdrag van Maastricht. Maas: “Als thesaurier-generaal committeer je je voor vijf jaar, daarna ben je als het ware vrij man. Maar toen mijn vijf jaar er bijna op zaten, begon net het Verdrag van Maastricht. Ik heb me daardoor nog een jaar vastgelegd, want een kans om zo nauw betrokken te zijn bij een historische ommekeer krijg je niet vaak in je leven.”

Cees Maas was al snel voorzitter van de hele onderhandelingsdelegatie, omdat Nederland in het tweede halfjaar nu eenmaal het voorzitterschap had. Het eerste halfjaar, onder Luxemburg, gebeurde er weinig. Het tweede halfjaar was dynamisch. Later werd Maas gevraagd een commissie te vormen die zich zou buigen over de vraag hoe je de euro, toen nog ecu, moest invoeren vanuit de particuliere sector.

Na deze periode werd Maas verantwoordelijk voor de omzetting van de gulden naar de euro binnen de bank en verzekeringsmaatschappij van ING. De invoering van de euro is misschien wel een van de dingen in zijn leven waar Maas zelf het meest trots op is. Ook al denken
sommige mensen hier anders over, met als argument dat alles duurder is geworden.

Maas: “Het is zo dat bepaalde artikelen duurder zijn geworden of waren. Koffie, bier, horeca en bloemen. Maar je moet het toch wat breder bekijken. De totale inflatie is teruggedrongen. De euro moest een sterke euro worden, maar wat is een sterke euro? Het gaat niet om sterkte tegenover de dollar of de yen. Een sterke euro is een munt waarin geen inflatie zit. De inflatie is gedefinieerd op maximaal 2 procent. Daar komen we aardig bij in de buurt.

De inflatie is in al die jaren hartstikke laag geweest, die is onder controle. Dit streven is vooral voortgekomen uit het idee dat mensen in Europa moeten kunnen vertrouwen op hun centen. Ik denk dus dat de euro tot nu toe een heel groot succes is. Het is echt ongelofelijk dat zo’n currency in tien jaar tijd is gecreëerd.

Je ziet ook dat de munt buiten het eurogebied steeds meer geaccepteerd wordt. Of je nu in Japan of Engeland zit, je kunt vaak met de euro terecht. Ook zie je bijvoorbeeld dat Japan en China niet alleen de dollar en yen als internationale reservevaluta aanhouden, maar dat ook de euro hier een rol in speelt. Een ongekend succes in korte tijd.”


ONVERENIGBAAR
Voor al deze inspanningen en voor de gezaghebbende stem die hij heeft gehad in de internationale financiële en monetaire wereld, alsmede voor zijn bestuurlijke inbreng in verschillende culturele instellingen en organisaties, werd Cees Maas op 26 april bij zijn afscheid van de ING Groep benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Niet in de laatste plaats natuurlijk voor wat hij heeft betekend voor de ING Groep.

Hij is er medeverantwoordelijk voor dat een puur Nederlands financieel bedrijf internationaal zo veel aanzien geniet. Zelf zegt hij gekscherend: “Wie had dat vijftien jaar geleden kunnen bevroeden.” Maar hij heeft daar toch zelf zeker een flinke inbreng in gehad. Tijdens de vijftien jaar bij de ING Groep is er ongelofelijk veel veranderd binnen de financiële markt, zeker voor een CFO.

Wat zijn nu volgens Maas de meest in het oog springende veranderingen? Maas: “Voor mijzelf zijn dat twee componenten. Ten eerste dat ik naast CFO ook CRO ben geworden. Ten tweede dat je, kort door de bocht gezegd, van de backoffice naar de frontoffice bent geschoven. Je bent daardoor veel meer partner in business aan de voorkant. Aan het eind van mijn jaren bij ING liep dat eigenlijk alleen maar verder door.

Hierdoor bepaalde je in feite samen met de CEO de strategische richting van de onderneming door jouw inbreng qua kapitaalallocatie en de investor relations. Vooral het openen van zeg maar de aandeelhouderskant, dat heeft veel invloed gehad op de func-tie van CFO, zeker bij ING. Toen ik startte bij ING was 85 procent van de aandelen in handen van Nederlanders en zat 15 procent in het buitenland.

Dat is nu andersom. Van onze huidige aandeelhouders zit 50 procent in de UK en de VS. Vergeleken met vroeger zijn de contacten met je aandeelhouders zo geïntensiveerd, dat de frequentie van onderhoud heel erg omhoog is geschroefd. Maar ook de manier waarop je met mensen omgaat inzake disclosures, en daardoor de transparantie van je bedrijf, is gigantisch toegenomen. Dat heeft een enorme boekhoudkundige verandering meegebracht.

Vroeger had je veel meer vrijheid voor prudent boekhouden. Had je niet te veel verlies op je leningen, dan kon je altijd wat extra opzijzetten, als dat zo uitkwam. Ook kon je voor je houden hoeveel je toevoegde aan je dynamische reserves. Je legde het wel een beetje uit, maar ook weer niet te uitgebreid. Dat hoefde gewoonweg in die tijd niet. En dan heb je natuurlijk de hele risicoafdeling. ING heeft over de gehele wereld functionele risicoafdelingen: kredietrisico, marktrisico, insurance risk. Dat is geweldig veranderd in de afgelopen vijftien jaar.”

Al twee jaar geleden is besloten dat Cees Maas bij zijn vertrek zou worden vervangen door twee man. Hij is als CFO opgevolgd door de Canadees John Hele, voorheen deputy CFO. De Nederlander Koos Timmermans bekleedt sinds het vertrek van Maas de nieuwe functie op het gebied van financieel risico. Twee jonge kerels nog, terwijl Maas het tot zijn zestigste alleen deed.

De opmerking van CEO Tilmant dat dit echt niet anders kan, roept vragen op. Maas deed het toch ook! Maas: “Ik zou dat denk ik niet nog eens vijf jaar hebben volgehouden. Je weet het natuurlijk niet, want echt moe word je er niet van. Het is het wel topsport wat je doet, maar ik zeg maar zo, topsporters worden ook niet snel moe. Maar het is fysiek gewoon niet meer bij te benen. Als CFO ben je strategisch bezig, je doet voor een groot deel de investor relations. Dus je bent voortdurend onderweg.

Als chief risk officer moet je daarentegen vaak hier in Amsterdam zijn voor de grote kredietbeslissingen. Je moet beslissen over underwritings en marktrisico’s. Je moet dus hier zijn, maar ook daar. Dat is fysiek haast niet meer te doen. Dan praat ik nog niet eens over de leesbelasting. Je kunt gewoon niet alles meer lezen, maar je wordt wel geacht dat te doen en het allemaal te begrijpen: de veranderingen die plaatsvinden in de markten, die zeker aan de risicokant groot zijn, de publieke markt, de hedge funds, de leverage buyouts, de private equity business, het komt allemaal op je bord terecht.

Je moet het allemaal begrijpen, want je moet het kunnen uitleggen in de raad van bestuur en je moet het uitleggen aan de raad van commissarissen. Je moet kunnen vertellen welke risico’s het bedrijf loopt en hoe dat dan in elkaar zit. Dan zwijg ik nog over de structurele veranderingen zoals Bazel II, Sarbanes-Oxley en de voortdurende IFRS-veranderingen. Het is gewoon niet bij te houden als je de functies beide bekleedt.”


TOPJONGENS
Vooral dat laatste aspect, de enorm toenemende en vaak betuttelende regelgeving, is Maas de laatste jaren een doorn in het oog geweest. Niet omdat hij het in zijn overbezette functie ook allemaal maar moest kennen en meenemen. Nee, oprecht omdat hij de regelgeving de spuigaten uit vindt lopen.

Twee jaar geleden schreef hij de column ‘Regelzucht beperkt levenslucht’ in Het Financieele Dagblad. Dit stuk maakte veel los en hij kreeg veel bijval uit de markt, terwijl de regelmakers er minder gecharmeerd van waren. Maas staat nog steeds vierkant achter zijn column. Maas: “Neem nou de hele kwestie Enron. Daar had de accountant het gedaan. Gevolg, er komt een toezichthouder op de accountant bij.

Die hebben wij inmiddels ook, maar dan wel als apart onderdeel ondergebracht bij de AFM. De accountants zijn weer onder controle, maar bij de AFM zitten ze inmiddels gewoon een jaarverslag na te kijken. Dat moet toch niet de taak van de AFM zijn.”

Spijt heeft Maas dus niet van zijn column. Hij zag en ziet zo’n waarschuwing als zijn taak. Wel nuanceert hij dat het internationaal inmiddels iets beter gestructureerd is. Maas: “Ik ben vrij actief in het Institute of International Finance, daarin zitten eigenlijk alle internationaal opererende banken, financiële instellingen, verzekeraars, asset managers, investment banks en security firms, zelfs centrale banken zijn lid.

Het is een platform en een forum voor overleg met elkaar en met toezichthouders. We hebben net een groep gevormd die gaat over effective reg-ulation. De internationale topjongens die daarin zitten, hebben een beginnend rapport geschreven waarin we zeggen: ‘Laten we nou eens een paar uitgangspunten formuleren over effective regulation.’

Dat betekent in de praktijk: Laten we eens in open dialoog gaan met elkaar en met de toezichthouders. En dan moeten de toezichthouders niet van ons denken dat wij zo nodig onder hun toezicht uit willen komen. En wij moeten tegelijkertijd niet van hen denken dat ze zo nodig willen reguleren om hun baan te behouden. Maar gewoon eens een keer een open gesprek.

Misschien is het eens nuttig om over oplossingen te denken die uit de markt komen in plaats van uit de instituties of de overheid. Het rapport is om te beginnen redelijk goed ontvangen. Nu moet de discussie op gang komen, dat is wel cruciaal. Er moet een soort besef ontstaan dat al die overregulering niet meer kan. Er zijn zo veel regels dat je ze als bedrijf of organisatie niet eens meer bij kunt houden. Dat betekent dus het risico van non-compliance.

Ten tweede, als het je wonder boven wonder lukt om de regels bij te houden, dan blijkt dat ze tegenstrijdig zijn, dus kun je niet aan alle regels voldoen, terwijl dat wel moet, en dat is dus erg lastig. Wij moeten gegevens uitwisselen met Amerika over wat moet volgens de Amerikaanse wetgeving, en wat tegelijkertijd hier niet mag vanwege privacywetgeving. Ik verzeker je, het valt allemaal niet mee.

Het is misschien een ietsje beter gestructureerd dan vroeger, maar een goede constructie zal nog jaren duren. Op dit moment is het per land goed geregeld, maar verder groeien sommige landen, werelddelen alleen maar verder uit elkaar. We zijn nog niet in een fase dat de uitdijende regelgeving ophoudt. Dus op een gegeven moment moeten we weer terug om het allemaal te stroomlijnen. Zo ver zijn we nog lang niet.”

“Het enige alternatief op dit ogenblik, dat eigenlijk geen alternatief is, zijn kleinere bedrijven die niet heel internationaal bezig zijn. Want als ik kijk naar ING en naar de landen waar we allemaal actief zijn, is dat heel lastig. Dus de enige oplossing is een eenvoudige structuur met veel verantwoordelijkheden lokaal. Anders red je het niet. Je kunt niet alle wet- en regelgeving in de hele wereld vanuit Amsterdam controleren.”

Ook na zijn pensionering zal Maas zich blijven inzetten voor deze wereldwijde herstructurering van wet- en regelgeving. In de laatste jaren van zijn loopbaan heeft hij zich er te veel aan geërgerd om dat helemaal los te laten. Genoeg werk voor jaren en jaren. Voor de rest van de tijd is nog niet helemaal invulling gevonden.

Zijn imposante lijst van nevenfuncties vraagt echter hoe dan ook aandacht. Achter de geraniums zal Maas dus niet belanden. Hij blijft trouwens als adviseur nog een tijdje verbonden aan ING. Vooral voor internationale activiteiten, waarin hij zich beweegt als een vis in het water. Maas: “Het gaat vooral om activiteiten die ik nu doe, die nog niet zijn overgenomen door anderen en waar ik nog een bijdrage aan kan leveren.

Daarnaast doe ik inderdaad wat sociaal-maatschappelijke dingen. Ik ben nu eens rustig aan het kijken of ik commissariaten moet aannemen of niet. Ik heb voorlopig nog de boot afgehouden en doe rustig aan. Waarom niet, ik heb de afgelopen dertig jaar hard genoeg gewerkt. Zeg, ik moet nu weg, hoor. Ik moet rennen, want ik heb een afscheidslunch bij De Nederlandsche Bank en op mijn eigen afscheid kan ik niet te laat komen, toch?”

Cees Maas rolde vanuit een afspraak dit interview in en verdwijnt weer gehaast naar de volgende bijeenkomst. Dat rustig aan doen mag wel met een korreltje zout genomen worden. Cees Maas is nog lang niet met pensioen.


Naam Cees Maas
Geboortejaar 1947
Burgerlijke staat gehuwd, twee kinderen
Bedrijf ING Groep NV (bank/insurance/asset management)
Omzet totale baten ultimo 2006 73.621 miljoen euro
Aantal medewerkers ultimo 2006 119.801
In dienst 1 juli 1992
Belangrijkste leermeester ouders
Commissariaten geen
Nevenfuncties vice-voorzitter en treasurer van de Board of Directors van het Institute of International Finance; lid Capital Markets Consultative Group (IMF); lid (Europees treasurer) van de Trilaterale Commissie; lid Raad van Commissarissen FMO; voorzitter Europese Liga voor
Economische Samenwerking (ELEC), afdeling Nederland; lid Raad van Advies Vereniging Rembrandt; bestuurslid Stichting Post-Academische Medische Cursussen in Indonesië
Werkdagen 7
Auto BMW
Muziek Bach, barok
Literatuur De vliegeraar van Khaled Hosseini
Hobby’s golf
Vakantie thuis