IFRS ook bij niet-beursbedrijven

Hoewel ze niet wettelijk verplicht zijn IFRS te implementeren is 40 procent van de niet-beursgenoteerde bedrijven in Nederland met meer dan vijftig medewerkers van plan om uiterlijk in juni 2005 hun financiële verslaggeving op basis van IFRS te vervaardigen. Dit blijkt uit de studie IFRS stand van zaken, die onderdeel is van de Accountancy Monitor 2004 van onderzoeksbureau Heliview.

De belangrijkste redenen van niet-beursgenoteerde bedrijven om toch met de IFRSimplementatie te beginnen zijn: formele beslissing van directie en commissarissen (27 procent), de vrees dat anders de aansluiting met hun markt wordt verloren (20 procent) en de overtuiging dat IFRS in de nabije toekomst alsnog voor alle bedrijven verplicht zal worden (13 procent). De bekendheid met IFRS blijft groeien, maar is nog niet optimaal.

Het financieel management van 23 procent van alle organisaties in Nederland kent IFRS nog niet: 25 procent daarvan behoort tot een nietbeursgenoteerde organisatie en wonderlijk genoeg 17 procent tot een beursgenoteerde organisatie. Een zorgwekkende constatering, aangezien deze organisaties per 1-1- 2005 wettelijk verplicht zijn over te gaan op IFRS. De meeste (beursgenoteerde) bedrijven bevinden zich in de implementatiefase van het conversietraject of in een van de voorgaande fases (GAP-inventarisatie of ontwerpfase). 14 procent van alle beursgenoteerde bedrijven heeft IFRS al volledig geïmplementeerd (3 procent niet-beursgenoteerde).

Bijna alle beursgenoteerde bedrijven (98 procent) geven wel aan dat zij op 1 mei 2005 IFRS volledig geïmplementeerd zullen hebben. De meeste bedrijven onderschatten de IFRS-conversiekosten. 80 procent van de ondervraagden denkt zelfs dat de kosten minder dan 100 duizend euro zullen zijn. De onderschatting betreft hoofdzakelijk het ICT-deel van de kosten. Het grootste deel van de kosten wordt vanzelfsprekend besteed aan accountantsdiensten en adviezen (35 procent). In de meeste gevallen (85 procent) wordt de huisaccountant ingeschakeld.